Verzoekster, van Braziliaanse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning om bij haar partner in Nederland te verblijven. De minister heeft deze aanvraag afgewezen en bepaald dat verzoekster moet terugkeren naar Brazilië omdat zij geen verblijfsrecht heeft.
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij de behandeling van het beroep in Nederland mag afwachten en niet uitgezet mag worden. Vervolgens is verzoekster zelfstandig naar Brazilië vertrokken vanwege de ernstige ziekte van haar vader.
Daarna heeft zij aanvullend verzocht om toegang tot Nederland te verkrijgen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoekster niet meer in Nederland verblijft en daardoor geen belang meer heeft bij de gevraagde voorziening. Het aanvullende verzoek om toegang tot Nederland ligt niet ter beoordeling in deze procedure en verzoekster wordt geadviseerd contact op te nemen met de minister.
De voorzieningenrechter heeft de beslissing buiten zitting genomen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.