Verzoeker diende op 1 november 2023 een asielaanvraag in waarop de minister van Asiel en Migratie niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Verzoeker stelde op 8 mei 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Op 29 juni 2025 nam de minister alsnog een besluit op de aanvraag, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister door het niet tijdig beslissen en het alsnog nemen van een besluit tijdens het beroep geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in dat geval de proceskosten toewijzen.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €467, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepsmatige rechtsbijstand, met een lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep. De minister wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.