Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 juli 2023. Nadat de minister op 30 juni 2025 alsnog de asielaanvraag heeft ingewilligd, oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van procesbelang.
De rechtbank overweegt dat het beroep terecht is ingesteld vanwege de vertraging in de besluitvorming en veroordeelt de minister daarom in de proceskosten van eiser. De proceskosten worden vastgesteld op € 467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier R. de Mul, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.