ECLI:NL:RBDHA:2026:6419
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing Ziektewet-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewet-uitkering te schorsen per 20 november 2025, omdat hij geen contact had opgenomen met zijn (ex-)werkgever. De voorzieningenrechter beoordeelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, wat bij financiële geschillen niet snel het geval is.
Verzoeker stelt dat hij sinds de schorsing geen inkomen heeft, geen recht op bijstand vanwege overwaarde op zijn woning, betalingsachterstanden heeft en zijn zorg niet kan betalen. Hij leent geld bij familie en overweegt verkoop van zijn woning. Het UWV heeft geen verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen acute financiële noodsituatie is, mede omdat de hypotheekverstrekker een betalingsachterstand gedoogt en de verkoop van de woning niet op korte termijn aannemelijk is. Verzoeker heeft zijn betalingsachterstanden niet concreet onderbouwd. Daarom ontbreekt het spoedeisend belang en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de Ziektewet-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.