Eiser heeft op 3 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 juni 2023. Op 27 augustus 2025 heeft de minister de asielaanvraag alsnog ingewilligd, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk is komen te vervallen.
De rechtbank stelt vast dat eiser daardoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Desondanks oordeelt de rechtbank dat eiser terecht beroep heeft ingesteld vanwege de overschrijding van de beslistermijn.
Daarom veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 467, gebaseerd op een puntensysteem met een lichte wegingsfactor. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier R. de Mul op 20 maart 2026.