Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[persoon 1] , eiser
[persoon 2] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister
Samenvatting
.Eisers krijgen dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de rechtbank uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Procesverloop
4 juli 2024 afgewezen. Eisers hebben bezwaar ingediend en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat eisers in Nederland mogen verblijven en werken. De voorzieningenrechter heeft deze verzoeken afgewezen op 7 oktober 2024. [1]
26 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon 5] , de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister. Ook was de heer [persoon 6] als informant van eisers aanwezig.