ECLI:NL:RBDHA:2026:6369
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y. Yeniay - Cenik
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na vertrek asielzoeker
Eiser heeft op 16 september 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die op 27 oktober 2025 ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kernvraag was of eiser nog procesbelang had, nu hij met onbekende bestemming Nederland had verlaten. De rechtbank overwoog dat vertrek met onbekende bestemming kan betekenen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, waardoor het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De gemachtigde van eiser had geen contact meer met hem, wat de rechtbank als een concreet aanknopingspunt zag dat eiser geen belang meer had.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter Y. Yeniay - Cenik en griffier S. Voolstra. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.