ECLI:NL:RBDHA:2026:6359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvragen
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die de minister van Asiel en Migratie op 16 december 2025 niet in behandeling heeft genomen, omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken en beroepen op 16 maart 2026 behandeld, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoekers en hun gemachtigde niet verschenen.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten en bij uitspraak op 23 maart 2026 de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de rechtbank op die dag uitspraak heeft gedaan op de beroepen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op de beroepen.