Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn, inclusief een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn, is overschreden. De ingebrekestelling is correct en het beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en derhalve niet rechtsgeldig is. De wettelijke beslistermijn van zes maanden is van toepassing. Gezien de bijzondere omstandigheden is de uiterste termijn voor een beslissing gesteld op twee weken na verzending van deze uitspraak.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder niet binnen deze termijn beslist. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.