Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
Samenvatting conclusie en advies
Werknemer is ongeschikt voor het eigen werk van productiemedewerker kaas voor de volle takenomvang.
Het eigen werk is gezien de beperkingen voor het in het bijzonder hand- vingergebruik niet passend te maken.
Er zijn gezien de genoemde beperkingen geen passende duurzame re-integratiemogelijkheden intern bij de eigen werkgever.
Re-integratie naar ander passend werk bij een andere werkgever is per direct aan de orde.
Het snijden (3500-5000 kazen per dag) en schoonmaken van kantine/ kleedkamers en kantoor (1 x 2 weken),
Pallets (500 stuks op een pallet) met kazen vanuit het magazijn vervoeren naar werkplek om deze te versnijden
Het controleren van het product op gebreken en verwijderen van slechte delen
Het registreren van gegevens op productieformulieren
Schoonmaken/ reinigen van snijmachine (snijden met hand, machine en mal)
Het schoonmaken van apparatuur en werkomgeving.
Werken in een koele omgeving waar het ongeveer tussen de 12 en 17 graden °C is. Het werk wordt volledig staand uitgevoerd met soms een paar passen lopen, voorts sprake van samenwerken, afleiding door activiteiten van anderen, deadlines/ productiepieken, rumoerige werkomgeving (omgevingsprikkels), bij gepaalde lijnen deadlines/ productiepieken (echter niet fors), hoof handelingstempo (wel doorwerken/ lopende band is bepalend), frequent lichte lasten hanteren (tot 4 kg), tillen tot 15 kg, intensief hand-vingergebruik (repetitief, knijp- grijpkracht), frequent reiken (niet boennormaal), staan (hele dag), lopen (1 uur gedurende de dag), frequent buigen (bij het verpakken van kaas), frequent hoofdbewegingen maken (tot 45 graden), torderen, etc.
Hand- vingergebruik (repetitief en knijp- grijpkracht), frequent lichte lasten hanteren tot 4 kg, tillen 15 kg, duwen trekken > 15 kg.
Advies:
Advies:
Zoals ik echter reeds eerder aangaf is er sprake van klachten die zich, ook na staken van werkzaamheden, uitbreiden en veranderen in de loop van de tijd, hetgeen pleit tegen een beroepsgebonden aandoeningen.
Daarnaast wordt nu ook de diagnose reumatoïde artritis genoemd (…), een aandoening die geen relatie heeft met werkzaamheden maar veroorzaakt wordt door een reactie van cellen van het eigen afweersysteem tegen lichaamseigen bestanddelen.
Verder ontving ik de informatie vanuit de arbodienst, twee verschillende arbodiensten, en daaruit blijkt dat de oorzaak van de klachten volgens de bedrijfsarts niet gelegen is in de werkzaamheden gezien het feit dat hij dit specifiek aangeeft in de probleemanalyse. Evenmin zie ik dat er een melding is gedaan richting het NCVB.
Samenvattend zie ik, ondanks de hoeveelheid aangeleverde stukken, geen reden om aan te nemen dat oorzaak van de klachten vooral gelegen is in de werkzaamheden: er is dus geen onderbouwing om uit te gaan van een beroepsgebonden aandoening.”
In geval van [eiseres] heb ik geen beroepsziekte melding gedaan.
Advies:
U vraagt mij in het kader van een procedure een aantal nieuwe producties te beoordelen. Daarbij zal ik me beperken tot de medische stukken.
Opvallend is dat er geen melding wordt gemaakt van reuma noduli, zwelling aan de handen die passen bij reuma, wel van noduli van Heberden en Bouchard. Dit zijn benige verdikkingen aan de eindkootjes van de vinger, respectievelijk van de distale en de proximale vingergewrichtjes, die door extra botafzetting ontstaan en niet door verdikking van de weke delen, zoals bij reuma het geval is.
Ook valt op dat bij de beschrijving van het lichamelijk onderzoek wel wat zwelling van de DIP gewrichtjes wordt benoemd, maar er geen melding meer wordt gemaakt van de noduli van Heberden of Bouchard: deze worden enkel vermeld onder de anamnese hetgeen tegenstrijdig lijkt nu dit punt anamnestisch gegeven is, maar een “harde” onderzoeksbevinding.
Bovendien zouden benige verdikkingen ook op röntgenfoto’s zichtbaar moeten zijn, maar is er beiderzijds van hand een röntgenfoto genomen waar een normale botstructuur wordt besproken met minimale duimartrose. Benige verdikkingen aan de DIP en/of PIP-gewrichten wordt niet beschreven hetgeen niet consistent is.
Er wordt melding gemaakt van een positieve familieanamnese: de moeder van betrokkene is bekend met reumatische artritis. Echter, het beeld dat uit radiologisch onderzoek naar voren komt past eerder bij “enige artrose” en een peesontsteking in de duim.
Daarbij wordt overigens aangegeven dat “bij continueren van patiënte haar werkzaamheden geen verbetering zal optreden” waarbij ik reeds eerder aangaf dat er geen enkele toetsing is geweest van de aard en inhoud van de daadwerkelijke werkzaamheden, maar men daarbij is uitgegaan van hetgeen betrokkene in de anamnese [heeft] vermeld.
Bovendien is het in mijn optiek niet een verpleegkundig specialist en/of een reumatoloog die competent is om te bepalen of/in hoeverre er sprake is van arbeidsmogelijkheden, dit is voorbehouden aan de bedrijfsarts cq de verzekeringsarts.
Blijft verder nog het gegeven dat in de beschrijving van de echo wordt aangegeven dat betrokkene in juni gevallen is, er sindsdien sprake is van tintelingen in de linkerarm en in het verloop van de nervus medianus. Informatie hierover ontbreekt nog steeds, net als de informatie van de huisarts waar ik in mijn vorige advies om verzocht.
Ik ontving tevens een (gedeeltelijk) rapport van een commerciële (?) instelling die DNA-onderzoek heeft verricht en op basis daarvan een aantal conclusies trekt. In dit kader wil ik erop wijzen dat de meerwaarde van dit soort onderzoeken binnen de medische wereld discutabel is, met name omdat een verhoogde e/of verlaagde kans op een bepaalde aandoening niet betekent dat iemand deze wel of niet zal krijgen. De verdere beschrijving en adviezen zijn zeer algemeen en dit stuk geeft mij dan ook geen aanleiding om eerdere conclusies bij te stellen.
Samenvattend leiden de ontvangen stukken niet tot andere invalshoeken of gezichtspunten. Ze bevatten geen onderbouwing voor de aanwezigheid van een beroepsgebonden aandoening, en in dat kader wil ik nogmaals verwijzen naar de visie van de bedrijfsarts die specifiek in de probleemanalyse aangeeft dat de oorzaak van de klachten niet gelegen is in de werkzaamheden.
3.Het geschil
4.De beoordeling
SVB/Van de Wege) en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721
Lansink/Ritsma)). Is van de laatste situatie sprake, dan moet worden teruggevallen op de normale bewijsregels (stel- en bewijsplicht) van artikel 7:658 lid 2 BW Pro.
- [eiseres] verrichtte 8 uur per dag werkzaamheden bij [gedaagde] , waarvan 4 tot 6,5 uur snijdwerkzaamheden (soms 2,5 uur aaneengesloten en dus zonder pauze), waarbij zij monotone en repeterende bewegingen maakte (meer dan tweemaal per minuut);
- [eiseres] sneed gemiddeld 2.000 tot 3.000 en soms wel tot 5.000 kazen per dag,
- de mal was niet goed (voor de lengte van [eiseres] ) afgesteld waardoor [eiseres] in een niet ergonomische houding (met haar handen en armen boven haar hoofd) snijdwerkzaamheden verrichtte, waarbij zij veel druk moest zetten (soms wel haar hele lichaamsgewicht);
- de automatische snijdmachine was maar 1 tot 2 keer per week beschikbaar;
- [eiseres] moest dagelijks pallets tillen waarop kazen van in totaal 200 tot 300 kilogram lagen;
- [eiseres] moest dagelijks kazen tillen van 17 tot 18 kilogram (overbrengen van kazen van de pallet naar de werkplek en vervolgens naar de productielijn);
- [eiseres] moest dagelijks mallen van 6 tot 8 kilogram uit hoge kasten halen;
- [eiseres] verrichtte haar werkzaamheden onder hoge werkdruk;
- er werd uitsluitend op verzoek van de werknemer gerouleerd in taak;
- de werkomgeving was koud en vochtig;
- [eiseres] droeg rubberen handschoenen die geen bescherming boden tegen de kou.