Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn, inclusief een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn, is overschreden. Tevens is een correcte ingebrekestelling gedaan en is het beroep tijdig ingesteld.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van zes maanden, zoals voorgeschreven in de Vreemdelingenwet 2000, niet heeft nageleefd en dat de verlenging van negen maanden onvoldoende is gemotiveerd. Gezien de bijzondere omstandigheden is de uiterste termijn van 21 maanden uit de Procedurerichtlijn overschreden.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag op, met een maximum van € 15.000, voor het geval de termijn wordt overschreden. Daarnaast worden proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.