ECLI:NL:RBDHA:2026:619

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
SGR 25/2957
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 WpgArt. 27 lid 1 sub d WpgArt. 8:29 AwbArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen gedeeltelijke weigering inzage politiedossier op grond van Wet politiegegevens

Eiseres verzocht op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) inzage in haar politiedossier vanaf 2019. Verweerder, de korpschef van politie, weigerde gedeeltelijk inzage te verlenen vanwege de bescherming van rechten en vrijheden van derden, met name om namen van politiemedewerkers en andere persoonsgegevens te beschermen. Eiseres maakte gebruik van een persoonlijke afspraak om inzage te krijgen in niet-geheimgehouden gegevens, maar bleef ontevreden over de weigering van volledige inzage.

Eiseres wilde volledige inzage om onjuiste gegevens te kunnen corrigeren, met name over een vermeend drankprobleem en aangiftes van haar ex-partner. Zij gaf echter geen toestemming aan de rechtbank om kennis te nemen van de geheime stukken die verweerder had overgelegd ter onderbouwing van de weigering. Hierdoor kon de rechtbank de rechtmatigheid van de weigering niet toetsen.

De rechtbank oordeelde dat zonder inzage in de geheime stukken niet kan worden vastgesteld dat verweerder onterecht gegevens heeft geweigerd. De belangenafweging van verweerder achtte de rechtbank niet evident onrechtmatig. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waarmee het besluit van verweerder in stand bleef. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Dokkum op 16 januari 2026. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van inzage in het politiedossier wordt ongegrond verklaard en het besluit van de korpschef blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/2957

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Bruinsma).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de gedeeltelijke weigering van haar verzoek tot inzage op grond van de Wet politiegegevens (Wpg).
1.1
Bij besluit van 18 maart 2025 (bestreden besluit) heeft verweerder beslist over het verzoek tot inzage van eiseres op grond van artikel 25 van Pro de Wpg.
1.2
Eiseres is het niet eens met dit besluit van verweerder en heeft daarom rechtstreeks beroep [1] ingesteld bij de rechtbank.
1.3
Verweerder heeft op dit beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
Ook heeft verweerder de op de zaak betrekking hebbende stukken overlegd en daarbij verzocht om beperkte kennisneming van de registraties, op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
1.6
Eiseres heeft de rechtbank geen toestemming gegeven om op grondslag van deze geheimgehouden stukken uitspraak te doen op deze zaak.
1.7
De rechtbank heeft het beroep vervolgens op 14 november 2025 op een openbare zitting behandeld. Eiseres is op de zitting verschenen. De gemachtigde van verweerder heeft zich de dag voor de zitting zonder opgave van redenen afgemeld.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft verweerder op grond van artikel 25 van Pro de Wpg verzocht om inzage in de persoonsgegevens in haar politiedossier vanaf 2019. Op 5 december 2024 heeft verweerder een schriftelijk overzicht aan eiseres verstrekt van de op haar betrekking hebbende registraties in de systemen van de politie. In dit schrijven van 5 december 2024 heeft verweerder bij enkele registraties gemotiveerd aangegeven dat eiseres vanwege de weigeringsgrond [2] ‘ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden’ geen recht heeft om kennis te nemen van (een deel van) de inhoud daarvan. Hierbij dient volgens verweerder gedacht te worden aan namen van politiemedewerkers en andere gegevens die herleidbaar zijn tot individuele personen. Verweerder acht de beperkte kennisneming daarvan dan ook noodzakelijk, omdat dit anders tot een vertrouwensbreuk tussen aangevers en politie kan leiden, hetgeen de aangifte- en meldingsbereidheid verminderd, en ook tot onnodige escalatie tussen betrokkenen kan leiden. Om die reden acht verweerder het belang ‘bescherming van de rechten en vrijheden van derden’ dat pleit voor beperkte kennisname meer zwaarwegend dan het individuele belang van eiseres bij volledige kennisname.
2.1
Eiseres heeft vervolgens op 3 maart 2025 gebruik gemaakt van de mogelijkheid om middels een persoonlijke afspraak kennis te nemen van de verwerkte persoonsgegevens, waarvan beperkte kennisname niet noodzakelijk is.
2.2
Na dit inzagemoment heeft verweerder op 18 maart 2025 een definitief besluit genomen over het Wpg-inzageverzoek van eiseres. Het standpunt van verweerder over het recht op inzage en de beperkte kennisneming van bepaalde gegevens is in het definitieve besluit inhoudelijk niet gewijzigd ten opzichte van het schrijven van 5 december 2024.
Wat vinden eiseres en verweerder in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met de besluitvorming van verweerder. Zij wil weten of de politie onjuiste gegevens over haar heeft geregistreerd en wenst daarom volledige inzage in haar dossier. Eiseres wil na die volledige inzage eventuele onjuiste persoonsgegevens laten corrigeren of verwijderen. Eiseres heeft problemen met haar ex-partner en haar bezwaren ten aanzien van de politieregistraties zien daarbij met name op, zo begrijpt de rechtbank, mogelijke gegevensverwerking over een haar toegedicht “drankprobleem”, over de omgang met haar dochter en aangiftes van haar ex-partner. Eiseres vindt dat verweerder bij zijn weigering ten onrechte geen rekening heeft gehouden met haar zwaarwegende belangen. De problemen met haar ex-partner hebben enorme impact op haar gehad en het heeft haar ontzettend geraakt dat er onjuiste informatie is gebruikt door de politie. Zij wijst erop dat haar vertrouwen hierdoor ernstig is geschaad.
Welke wettelijke regels zijn op deze zaak van toepassing?
4. De voor deze zaak relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Tijdens de behandeling van dit beroep op zitting heeft eiseres gepersisteerd in haar wens om geen toestemming aan de rechtbank te verlenen om uitspraak te doen op basis van de geheimgehouden stukken. Door het ontbreken van deze toestemming heeft de rechtbank geen kennis kunnen nemen van de inhoud van deze stukken. Zoals ook op de zitting is besproken, kan de rechtbank zonder inzage in deze stukken niet controleren of verweerder de weigeringsgrond ‘ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’ terecht heeft toegepast op enkele registraties in eiseres haar politiedossier. Ook de belangenafweging die verweerder gemaakt heeft ten aanzien van de beperkte kennisname én eiseres haar verzoek om correctie of verwijdering van eventuele onjuiste registraties kan zonder inzage in deze geheime stukken niet door de rechtbank op rechtmatigheid worden getoetst.
6. De rechtbank zal er daarom van uitgaan dat verweerder kennisname van de registratie en verwijdering van (onderdelen) van de registratie heeft geweigerd om de redenen die hij heeft genoemd. Ook de belangenafweging die verweerder in de besluitvorming van 5 december 2024 heeft opgenomen komt de rechtbank zonder kennis van de geheime stukken niet evident onrechtmatig voor. Een ander oordeel zou tot gevolg hebben dat de rechtbank er toe gedwongen is om zonder enig bewijs aan te nemen dat verweerder ten onrechte bepaalde gegevens van derden niet met eiseres heeft gedeeld. Een dergelijk oordeel is juridisch gezien niet aanvaardbaar.
7. De rechtbank betreurt het dat zij eiseres niet de gemoedsrust heeft kunnen bieden die zij wat betreft de registraties in haar politiedossier zoekt. In het licht van het voorgaande ziet de rechtbank echter geen ruimte om tot een ander oordeel te komen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de besluitvorming van verweerder over het Wpg inzageverzoek van eiseres in stand blijft. Eiseres heeft daarom geen recht op terugbetaling of vergoeding van het griffierecht. Zij krijgt ook geen vergoeding voor eventueel gemaakte proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De verzenddatum van deze uitspraak ziet u hierboven vermeld met een stempel.
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:29
1. Partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de bestuursrechter mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.
(…)
3. De bestuursrechter beslist of de in het eerste lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
4. Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de verplichting.
5. Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, kan hij slechts met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die inlichtingen onderscheidenlijk die stukken uitspraak doen. Indien de toestemming wordt geweigerd, wordt de zaak verwezen naar een andere kamer.
(…)
Wet politiegegevens (Wpg)
Artikel 25 Wpg Pro
De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke binnen zes weken uitsluitsel te verkrijgen over de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om die persoonsgegevens in te zien en om informatie te verkrijgen over:
de doelen en de rechtsgrond van de verwerking;
de betrokken categorieën van politiegegevens;
de vraag of de deze persoon betreffende politiegegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
e voorziene periode van opslag of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
het recht te verzoeken om rectificatie, vernietiging of afscherming van de verwerking van hem betreffende politiegegevens;
het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;
de herkomst, voor zover beschikbaar, van de verwerking van hem betreffende politiegegevens.
Artikel 27 Wpg Pro
1.
Een verzoek als bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, en 28, eerste en tweede lid, wordt afgewezen voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is:
(…)
d)ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden;
(…)
2. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek als bedoeld in het eerste lid is schriftelijk en bevat de redenen voor de afwijzing.

Voetnoten

1.Op grond van Bijlage 1 Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g) bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Zoals bedoeld in artikel 27, lid 1, aanhef en onder d van de Wpg.