Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister
Samenvatting
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Omdat hiermee uitspraak wordt gedaan op het beroep, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Mr. F. Belfor heeft op 3 oktober 2024 namens eiser bezwaar gemaakt tegen het besluit van
9 september 2024.
Beoordeling door de rechtbank
mr. D. Kumankumah , die haar stagebegeleider is. Laatstgenoemde heeft de machtiging ondertekend. Eiser wordt dus uiteindelijk bijgestaan door een gemachtigde –
mr. D. Kumankumah – met de nodige ervaring en bevoegdheid. Een eis tot ondertekening door de stagiair draagt op geen enkele wijze bij aan de materiële bescherming van cliënt. Een dergelijke interpretatie is onnodig formalistisch gaat voorbij aan het doel van het machtigingsvereiste. De Awb bevat bovendien ook geen specifieke bepaling die voorschrijft dat een machtiging op naam van een stagiair moet staan, zolang deze handelt onder begeleiding van een bevoegde gemachtigde.
V-nummers meteen op de zitting in het systeem van de IND [2] gecontroleerd. Uit het systeem bleek dat in alle genoemde procedures het bezwaarschrift was ingediend door mr. F. Belfor en dat er ook een machtiging was overgelegd voor mr. F. Belfor . Eiser heeft deze verklaring van de gemachtigde van de minister tijdens de zitting niet bestreden.
niet-ontvankelijk verklaard vanwege een ‘onjuiste’ vermelding van een naam, zonder dat deze ‘onjuiste’ vermelding enige inhoudelijke gevolgen heeft voor zijn belangenbehartiging.
allenadelige gevolgen van besluitvorming, maar het voorkomen van
onnodignadelige gevolgen. Een besluit met ‘harde’ gevolgen is daarom niet per definitie een onevenredig besluit. De evenredigheid van een besluit wordt getoetst aan de hand van geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid. De bestuursrechter moet van geval tot geval, in het verlengde van de tegen het besluit aangevoerde beroepsgronden, bepalen of en zo ja op welke wijze de geschiktheid, de noodzaak en de evenwichtigheid (uitdrukkelijk) bij de toetsing moeten worden betrokken. [3]
Conclusie en gevolgen
niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar in stand blijft.