Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6164

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/09/696422 / FA RK 25-9629
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek uitsluitend gebruik echtelijke woning in echtscheidingsprocedure

De vrouw verzocht de rechtbank om haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen, met het bevel dat de man de woning zou verlaten. Subsidiair verzocht zij om een birdnesting constructie waarbij het kind volledig in de woning verblijft en partijen om de week gebruik maken van de woning.

De vrouw verbleef op een gemeenschappelijke boot, terwijl de man in de echtelijke woning woonde. Partijen hadden eerder een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin was afgesproken dat de man in de woning zou blijven en de vrouw elders zou verblijven, met een financiële regeling voor de vrouw. De vrouw stelde dat zij door gewijzigde omstandigheden en misbruik van haar financieel benarde positie de overeenkomst wilde vernietigen en het uitsluitend gebruik van de woning wilde verkrijgen.

De man voerde verweer en stelde dat beide partijen bij de overeenkomst waren bijgestaan door advocaten en dat er geen sprake was van misbruik van omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de huidige situatie, waarbij de vrouw op de boot verblijft en het kind geen hinder ondervindt, voldoende is. Er is geen reden voor ingrijpende voorlopige voorzieningen. Ook is geen vernietigingsgrond voor de vaststellingsovereenkomst vastgesteld.

De rechtbank wees het verzoek van de vrouw af en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Uitkomst: Het verzoek van de vrouw om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen is afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9629
Zaaknummer: C/09/696422
Datum beschikking: 20 februari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 18 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Braat te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.S. Meijer te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift.
Op 6 februari 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
  • de man bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (Raad).

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw zoals dat thans luidt strekt ertoe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
Subsidiair:
- dat sprake zal zijn van een birdnesting constructie, waarbij [de minderjarige] 100% van de tijd in de woning zal verblijven en partijen om de week gerechtigd zijn tot het gebruik van de echtelijke woning;
kosten rechtens.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning
Op dit moment verblijft de vrouw op de gemeenschappelijke boot van partijen en de man in de echtelijke woning. [de minderjarige] verblijft om de week bij de vrouw op de boot en om de week bij de man in de echtelijke woning. Partijen zijn tot een dergelijke constructie gekomen omdat birdnesten niet langer uitvoerbaar bleek. Ten gevolge hiervan hebben partijen, met bijstand van hun advocaten, in oktober 2025 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarbij is overeengekomen dat de man gedurende de echtscheidingsprocedure in de echtelijke woning zou verblijven en de vrouw bij een vriend zou inwonen, onder de voorwaarde dat de vrouw een bedrag van € 25.000,- uit het gezamenlijke huwelijksvermogen zou ontvangen om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien.
De vrouw verzoekt thans het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Eind november 2025 is zij opnieuw zonder woonruimte komen te zitten, omdat de nieuwe partner van de vriend bij wie ze verbleef het lastig vond dat er derden in de woning verbleven. De vrouw heeft toen verzocht om afgifte van de sleutels van de gemeenschappelijke boot van partijen. De man heeft dit verzoek aanvankelijk geweigerd, maar heeft na tussenkomst van de advocaten alsnog ingestemd met afgifte van de sleutels. Hij heeft echter wel de voorwaarde gesteld dat de partner van de vrouw niet op de boot mocht verblijven. De vrouw voelt zich niet veilig om alleen op de boot te verblijven en ziet zich daarom genoodzaakt terug te keren naar de echtelijke woning.
De vrouw is van mening dat de man haar niet aan de vaststellingsovereenkomst kan houden, nu bij de totstandkoming daarvan misbruik is gemaakt van haar financieel benarde positie. De overeenkomst is volgens de vrouw derhalve op grond van misbruik van omstandigheden vernietigbaar. Voorts is sprake van een wijziging van omstandigheden, op grond waarvan de vrouw een gerechtvaardigd belang heeft om, mede ten behoeve van [de minderjarige] , alsnog in de echtelijke woning te verblijven.
De man voert verweer tegen het verzoek van de vrouw en betwist dat er sprake zou zijn van misbruik van omstandigheden. Ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst werden beide partijen bijgestaan door een eigen advocaat. De advocaten van partijen hebben samen uitvoerig overleg gevoerd over de inhoud van de overeenkomst. Daarbij hebben zowel de man als de vrouw ruimschoots de gelegenheid gehad om met ieders advocaat te overleggen en na te denken over de inhoud van de overeenkomst en de gevolgen hiervan. De vrouw heeft vrijwillig met de overeenkomst ingestemd en deze ondertekend. Het enkele feit dat de vrouw zich nu – achteraf bezien – niet langer kan verenigen met de gemaakte afspraken, rechtvaardigt niet de conclusie dat bij de totstandkoming van de overeenkomst sprake is geweest van misbruik van omstandigheden.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de huidige situatie, waarbij de vrouw op de boot verblijft en de man in de echtelijke woning, voldoende werkt. Hoewel dit geen ideale situatie is, heeft de vrouw ter zitting verklaard dat het wonen op de boot voor haar haalbaar is en dat [de minderjarige] hiervan geen hinder lijkt te ondervinden. Gelet op deze omstandigheid acht de rechtbank het niet aangewezen om thans (ingrijpende) voorlopige voorzieningen te treffen. Voorts is de rechtbank van oordeel dat bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst geen sprake is geweest van een vernietigingsgrond, in het bijzonder niet van misbruik van omstandigheden. De overeenkomst is tot stand gekomen met bijstand van de advocaten van partijen en na juridisch advies. De enkele omstandigheid dat de vrouw zich ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in een financieel benarde positie bevond, is onvoldoende om te concluderen dat sprake is geweest van misbruik van omstandigheden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw afwijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek van de vrouw af:
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten zal dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2026.