Uitspraak
Vervangende toestemming erkenning
Beschikking op het op 20 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de moeder] ,
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te[geboorteplaats] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het F9-formulier van 18 maart 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;
- het verslag van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 28 juli 2025 van de zijde van de man;
- het gewijzigd verslag van de bijzondere curator.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- [naam] , namens de Raad voor de kinderbescherming.
Verzoek en verweer
- een informatieregeling, waarbij de moeder de man eens per kwartaal informeert omtrent [de minderjarige] ;
- een omgangsregeling te bepalen tussen de man en [de minderjarige] die in eerste instantie voorzichtig zal worden opgestart, bijvoorbeeld in het weekend gedurende twee uur al dan niet in aanwezigheid van de moeder, en waarbij zal worden toegewerkt naar een reguliere omgangsregeling waarbij er om de week in het weekend een dag omgang zal zijn;
- te bepalen dat de man telefonisch contact zal hebben met [de minderjarige] of via de app op een vaste dag in de week, nog nader te bepalen welke dag;
- voorwaardelijk: de man vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] te erkennen;
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar.
- De minderjarige is niet erkend.
- De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
- De moeder geeft geen toestemming voor de erkenning door de man.
- De man heeft de Litouwse nationaliteit, de moeder en de minderjarige hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 2 april 2025 is mr. M. Braat voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 BW Pro te vertegenwoordigen.
Beoordeling
- Indien de naam van de vader in de geboorteakte ontbreekt of het vaderschap van het kind met goed gevolg is betwist, kan de man die zichzelf als vader beschouwt het kind erkennen (art. 3.141 BW).
- Erkenning van het kind door een man kan voor of na de geboorte geschieden (art. 3.143 lid 1 BW). (…)In beide gevallen is de toestemming van de moeder vereist, tenzij zij is overleden of onbekwaam is verklaard of om andere redenen haar toestemming niet kan geven; in dat geval is de goedkeuring door de rechter vereist (art. 3.144 BW).
- Als het kind tien jaar of ouder is kan de erkenning alleen plaatsvinden na schriftelijke toestemming van het kind (art 3.142 lid 2 BW).
Toestemming voor erkenning noodzakelijk?
- De toestemming van de moeder voor de erkenning is noodzakelijk indien het kind nog minderjarig is. Bij gebrek aan toestemming kan de erkenner van de rechter een goedkeuring krijgen (art. 3.144 BW).
- Indien het kind dat erkend wordt ouder dan tien jaar is, moet het zijn toestemming schriftelijk geven (art. 3.142 lid 2 BW). Erkenning van een meerderjarig kind is alleen mogelijk met zijn toestemming (art. 3.144 lid 3 BW).