ECLI:NL:RBDHA:2026:6157

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/09/695923 / FA RK 25-9337
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en vakanties voor minderjarige kinderen na wijziging hoofdverblijfplaats

Partijen, voormalig geregistreerd partnerschap en gezamenlijk gezagdragend over drie minderjarige kinderen, verzochten wijziging van de zorgregeling. Na ontbinding van het partnerschap en wijziging van het hoofdverblijf van een kind bij de vader, was de bestaande zorgregeling niet meer passend.

De moeder verzocht om een zorgregeling waarbij de kinderen om het weekend wisselend bij vader en moeder verblijven, met overdracht bij een centraal benzinestation, en een aangepaste vakantiestructuur. De vader verzette zich, stellende dat de huidige regeling voldoende was en dat de kinderen het niet erg vonden vroeg op te staan.

De rechtbank oordeelde dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden, met name doordat een kind sinds november 2025 bij de vader woont. De huidige regeling leidde tot praktische problemen en onrust voor de kinderen. De rechtbank wees het verzoek van de moeder toe en stelde een nieuwe zorgregeling vast, inclusief een gedetailleerde vakantiestructuur en studiedagenregeling, waarbij de overdracht centraal plaatsvindt.

De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en vakantiestructuur in het belang van de kinderen, met een centrale overdracht en aangepaste weekenden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9337
Zaaknummer: C/09/695923
Datum beschikking: 20 februari 2026

Gezagsuitoefening

Beschikkingop het op 14 november 2025 (bij de rechtbank Noord-Holland) ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.N. Hermes te Noord-Scharwoude.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als informant wordt aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

de gecertificeerde instelling,
hierna: Jeugdbescherming west.

Procedure

Bij beschikking van 10 december 2025 heeft de rechtbank Noord-Holland de zaak, in de stand waarin deze zich bevond, naar deze rechtbank verwezen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 28 november 2025 van de advocaat van de moeder, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 17 december 2025 van de advocaat van de moeder, met bijlagen.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 23 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader;
  • [naam] , namens Jeugdbescherming west.

Feiten

- Partijen zijn een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan van [dag 1] 2013 tot [dag 2] 2022.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 3] .
- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
- Bij beschikking van 1 november 2022 van de rechtbank Noord-Holland is – voor zover hier van belang –:
- de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen uitgesproken;
- bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;
- bepaald dat de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de kinderen en de vader als volgt zal zijn:
- de kinderen verblijven in de oneven weken van maandagmiddag uit school tot dinsdagochtend naar school bij de vader. Daarnaast verblijven zij in de oneven weken vanaf vrijdagmiddag uit school bij de vader, alwaar zij blijven tot dinsdagochtend naar school in de even weken;
en is een vakantieregeling vastgelegd.
- Bij beschikking van 17 juli 2024 van de kinderrechter van de rechtbank Noord-Holland zijn – voor zover hier van belang – de kinderen onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers met ingang van 17 juli 2024 tot 17 juli 2025.
- Bij beschikking van 30 juli 2024 van het gerechtshof Amsterdam is, voor zover hier van belang, de zorgregeling gewijzigd.
- Bij beschikking van 19 november 2024 is de zorgregeling wederom gewijzigd.
- Bij beschikking van 26 februari 2025 van het gerechtshof Den Haag is – voor zover hier van belang –:
- de beschikking van 19 november 2024 van deze rechtbank vernietigd voor zover deze ziet op de zorgregeling, het hoofdverblijf en de vervangende toestemming voor de verhuizing en opnieuw beschikkende:
- aan de moeder vervangende toestemming verleend voor de verhuizing naar [plaats 1] ;
- bepaald dat de kinderen voortaan bij de moeder de hoofdverblijfplaats zullen hebben;
- vastgesteld dat de kinderen als volgt bij de vader zullen verblijven;
- de eerste drie weekenden van de maand, van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school, waarbij de vader de kinderen op vrijdag uit school haalt en de moeder de kinderen maandagochtend naar school brengt;
- gedurende de vakanties die een week duren (voorjaarsvakantie en herfstvakantie) en alle studiedagen van school;
- de helft van de overige vakanties.
- Bij beschikking van 14 juli 2025 van de kinderrechter van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:
- de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 17 juli 2026;
- de gecertificeerde instelling Jeugd- & Gezinsbeschermers vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland.

Verzoek en verweer

De moeder heeft verzocht, met wijziging van de beschikking van 26 februari 2025 van het gerechtshof Den Haag:
- een zorgregeling vast te leggen, die als volgt luidt:
- de kinderen verblijven in de even weken van vrijdag 15.30 uur tot zondag 18.30 uur bij de vader;
- de kinderen verblijven in de oneven weken van vrijdag 15.30 uur tot zondag 18.30 uur bij de moeder;
- de overdracht zal plaatsvinden bij het benzinestation [adres] ;
- de meivakantie en kerstvakantie worden gelijk verdeeld;
- in de zomervakantie verblijven de kinderen de eerste twee weken (van de vier gelijktijdige vakantieweken) bij de vader, waarbij de vakantie op vrijdag 15.30 uur begint en twee weken later op vrijdag 15.30 uur eindigt. De tweede twee weken (van de vier gelijktijdige weken) verblijven de kinderen bij de moeder. Deze vakantie begint op vrijdag 15.30 uur en eindigt twee weken later op vrijdag 15.30 uur;
- de overdracht zal plaatsvinden bij het benzinestation [adres] ;
- dan wel een zodanige zorgregeling vast te leggen als de rechtbank in goede justitie redelijk acht;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader heeft mondeling verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Juridisch kader
Aangezien de ouders gezamenlijk belast zijn met het ouderlijk gezag over de kinderen is artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing op het verzoek tot wijziging van de zorgregeling. Uit het vierde lid van artikel 1:253a BW volgt dat artikel 1:377e BW van overeenkomstige toepassing is, zodat de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het is de rechtbank, gelet op het vijfde lid van artikel 1:253a BW, niet gelukt om een vergelijk tussen de ouders te beproeven. De rechtbank neemt daarom een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Ontvankelijkheid
De moeder heeft aangevoerd dat sprake is van een wijziging van omstandigheden sinds de beschikking van 26 februari 2025, omdat [minderjarige 1] sinds november 2025 bij de vader woont en een zorgregeling met de moeder heeft. De vader heeft betwist dat sprake is van een wijziging van omstandigheden.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die meebrengt dat de zorgregeling wijziging behoeft. Na de beschikking van 26 februari 2025 is [minderjarige 1] op zijn eigen verzoek weer bij zijn vader in [plaats 2] gaan wonen maar de zorgregeling is daar niet op aangepast. De rechtbank zal de moeder daarom ontvangen in haar verzoeken.
Standpunt moeder
De moeder heeft verzocht om vaststelling van een zorgregeling, waarbij [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] van vrijdag 15.30 uur tot zondag 18.30 uur in de even weken bij de vader verblijven en in de oneven weken bij de moeder. Daartoe heeft de moeder aangevoerd dat zij het in het belang van de kinderen acht dat zij om het weekend met z’n drieën samen bij de vader dan wel bij de moeder zijn. Daarnaast heeft de moeder aangegeven dat het voor [minderjarige 2] belangrijk is dat hij om het weekend bij de moeder in [plaats 1] is, zodat hij mee kan doen met rugbywedstrijden. In de weekenden dat [minderjarige 2] bij zijn vader is kan dat niet en dat leidt ertoe dat [minderjarige 2] momenteel alleen kan meedoen met de rugbytrainingen terwijl hij juist zo graag aan de wedstrijden wil meedoen. Ook heeft de moeder zich op het standpunt gesteld dat de regeling ten aanzien van het halen en brengen moet worden gewijzigd. Volgens de zorgregeling die op dit moment geldt, moet de moeder alle kinderen op maandag naar school brengen. Het is voor de moeder echter praktisch onmogelijk om op maandag [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in [plaats 1] naar school te brengen en gelijktijdig [minderjarige 1] in [plaats 2] naar school te brengen. Doordat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot en met maandagochtend bij hun vader zijn, moet de moeder op maandag voor dag en dauw de deur uit om [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in [plaats 2] op te halen en hen weer op tijd in [plaats 1] naar school te brengen. Dit is niet in het belang van de kinderen. De moeder wil daarom dat het wisselmoment van de kinderen op zondagavond plaatsvindt. De moeder acht het redelijk dat de overdracht in [plaats 3] plaatsvindt, nu dit halverwege ligt tussen [plaats 1] en [plaats 2] . Verder heeft de moeder gesteld dat de regeling ten aanzien van de vakanties en studiedagen moet worden gewijzigd. De kinderen gaan niet meer naar dezelfde school, waardoor zij op andere momenten studiedagen hebben en deels in andere periodes de schoolvakanties hebben.
Standpunt vader
De vader heeft zich verzet tegen de verzoeken van de moeder. Het is voor de kinderen voldoende dat zij drie weekenden in de maand samen zijn. Ook hebben de kinderen aangegeven het niet erg te vinden dat ze op maandag vroeg moeten opstaan. Daarbij heeft de vader toegelicht dat het niet in het belang van [minderjarige 2] is om niet meer op zondagavond bij de vader te verblijven, omdat hij dan met vriendjes uit de buurt speelt. Bovendien acht de vader een overdracht op vrijdag niet wenselijk, omdat hij dan geen contact meer heeft met de school van [minderjarige 2] . De vader is daarom van mening dat de zorgregeling niet hoeft te worden aangepast.
Overwegingen rechtbank
De rechtbank zal het verzoek van de moeder ten aanzien van de reguliere zorgregeling toewijzen en overweegt daartoe als volgt. [minderjarige 1] heeft sinds november 2025 zijn hoofdverblijf bij de vader in [plaats 2] . De zorgregeling is naar aanleiding daarvan echter niet aangepast. Dit brengt voor met name de moeder praktische problemen met zich. De huidige zorgregeling leidt er onder meer toe dat de moeder [minderjarige 2] en [minderjarige 3] drie keer in de maand op maandagochtend heel vroeg in [plaats 2] moet ophalen, zodat zij om 08.30 uur in [plaats 1] op school zijn. Dit is niemands belang. Dit is bovendien onwenselijk omdat de overdracht van [minderjarige 1] momenteel wel op zondagavond bij het benzinestation in [plaats 3] plaatsvindt. De moeder moet aldus op zondag, als er een overdrachtsmoment voor [minderjarige 1] is, naar [plaats 3] rijden en bijna iedere maandagochtend [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in [plaats 2] ophalen. De huidige regeling brengt ook mee dat er veel wisselmomenten tussen de ouders zijn die onrust voor de kinderen teweegbrengen. Daarbij overweegt de rechtbank dat er tussen de ouders veel onenigheid bestaat over de huidige zorgregeling en het halen en brengen van de kinderen en brengt de huidige regeling mee dat [minderjarige 2] niet mee kan doen aan rugbywedstrijden terwijl hij dat juist graag wil. Verder gaat de rechtbank voorbij aan de stelling van de vader dat de zorgregeling die de moeder heeft verzocht tot gevolg zou hebben dat hij geen contact meer zou hebben met de school van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] omdat de overdracht dan niet meer op vrijdag op school plaatsvindt. De vader is echter mede belast met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De vader heeft daarom toegang tot informatie van de school van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en heeft gewoon de mogelijkheid om tienminutengesprekken of andere afspraken op school bij te wonen en zich door school op de hoogte te laten houden van hoe het met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gaat.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de zorgregeling zoals bepaald in de beschikking van 26 februari 2025 niet langer in het belang van de kinderen is, omdat deze niet meer aansluit bij de huidige woonsituatie van de kinderen. In dit kader merkt de rechtbank nog op dat zij het begrijpelijk acht dat de vader belang hecht aan eenmaal gemaakte afspraken. Ook heeft de vader in zekere zin gelijk dat het feit dat de moeder op dit moment veel moet rijden voor het halen en brengen van de kinderen, een consequentie is van haar keuze om naar [plaats 1] te verhuizen. De vader verliest echter, door zo halsstarrig vast te houden aan de gemaakte afspraken, uit het oog dat uiteindelijk de belangen van de kinderen hier niet mee zijn gediend en zij last ondervinden van de huidige regeling.
Ten aanzien van de vakanties en studiedagen overweegt de rechtbank als volgt.
De rechtbank zal bepalen dat het aanvangsmoment van de zorg tijdens de vakanties op vrijdag uit school zal zijn en de wisselmomenten in een vakantie op vrijdag 15.30 uur plaatsvinden. De zorg tijdens de vakanties zal eindigen op de vrijdag voorafgaand aan de maandag waarop de school weer begint, vanaf die vrijdagmiddag wordt de reguliere zorgregeling hervat.
De rechtbank zal conform het verzoek van de moeder voor de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie bepalen dat de reguliere zorgregeling daarvoor zal doorlopen, omdat deze vakanties niet voor alle kinderen gelijk lopen.
Ten aanzien van de meivakantie zal de rechtbank bepalen dat de kinderen in de even jaren de eerste week bij de vader verblijven en de tweede week bij de moeder en dat de kinderen in de oneven jaren de eerste week bij de moeder verblijven en de tweede week bij de vader.
Met betrekking tot de kerstvakantie zal de rechtbank bepalen dat de kinderen in de even jaren de eerste week bij de moeder verblijven en de tweede week bij de vader en dat de kinderen in de oneven jaren de eerste week bij de vader verblijven en de tweede week bij de moeder.
Met betrekking tot de zomervakantie is gebleken dat de kinderen vier weken gelijktijdig zomervakantie hebben. De rechtbank zal daarom conform het verzoek van de moeder bepalen dat de kinderen de eerste twee weken (van die vier gezamenlijke schoolvakantieweken) bij de vader en de daaropvolgende twee weken (van die vier gezamenlijke schoolvakantieweken) bij de moeder zijn, waarbij voor het overige van de zomervakantie de reguliere zorgregeling geldt.
De rechtbank zal ten aanzien van de studiedagen de volgende regeling vaststellen. Als een studiedag aansluit op een weekend, dus als een studiedag op de vrijdag dan wel op maandag is, dan verblijven de kinderen op die betreffende studiedag bij de vader dan wel de moeder waar zij volgens de zorgregeling in het weekend verblijven, waarbij de overdracht op de donderdag vóór respectievelijk op maandag aan het einde van de studiedag om 18.30 uur plaatsvindt. Als een studiedag op een andere dag valt, zullen de kinderen bij die ouder verblijven bij wie zij op doordeweekse dagenverblijven..
De rechtbank zal de reguliere zorgregeling en de regeling ten aanzien van de vakanties en studiedagen vaststellen als na te melden. Het meer of anders verzochte te dien aanzien zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 26 februari 2025 van het gerechtshof Den Haag –:
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats] ;
bij de vader en de moeder zullen zijn volgens de reguliere zorgregeling:
- de kinderen verblijven in de even weken van vrijdag 15.30 uur tot zondag 18.30 uur bij de vader;
- de kinderen verblijven in de oneven weken van vrijdag 15.30 uur tot zondag 18.30 uur bij de moeder;
- waarbij geldt dat de overdracht zal plaatsvinden bij het benzinestation [adres] ;
bepaalt dat voor de kinderen de volgende vakantie- en studiedagenregeling geldt:
- het aanvangsmoment van de zorg tijdens de vakanties zal zijn op vrijdag uit school en de wisselmomenten in een vakantie zijn op vrijdag 15.30 uur. De zorg tijdens de vakanties zal eindigen op de vrijdag voorafgaand aan de maandag waarop de school weer begint, vanaf welk moment de reguliere zorgregeling wordt hervat;
- ten aanzien van de voorjaarsvakantie en herfstvakantie: de kinderen verblijven bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling verblijven;
- ten aanzien van de meivakantie: de kinderen zullen in de even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder verblijven en in de oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader;
- met betrekking tot de kerstvakantie: de kinderen zullen in de even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader verblijven en in de oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;
- ten aanzien van de zomervakantie: de kinderen verblijven de eerste twee weken (van de vier gezamenlijke vakantieweken van de kinderen) bij de vader en de daaropvolgende twee weken bij de moeder, waarbij voor het overige van de zomervakantie de reguliere zorgregeling geldt;
- met betrekking tot de studiedagen: als een studiedag op vrijdag dan wel maandag is, dan verblijven de kinderen op die betreffende studiedag bij de vader dan wel de moeder waar zij dat weekend ook verblijven, waarbij de overdracht op de donderdag vóór respectievelijk op maandag aan het einde van de studiedag om 18.30 uur plaatsvindt. Als een studiedag op een andere dag valt, zullen de kinderen bij die ouder verblijven bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling verblijven;
- waarbij geldt dat de overdracht zal plaatsvinden bij het benzinestation [adres] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 februari 2026.