Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6129

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
22 maart 2026
Zaaknummer
C/09/697755 / JE RK 26-69
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen die in een pleeggezin verblijven. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar voldoen nog niet aan de basisvoorwaarden om de zorg voor de kinderen op zich te nemen.

Tijdens de zitting op 19 februari 2026 waren de ouders, hun advocaat, de gecertificeerde instelling, de pleegvader, de oma vaderszijde en de pleegzorgbegeleider aanwezig. De ouders hebben positieve stappen gezet, maar er zijn nog aandachtspunten zoals het afstemmen op signalen van de kinderen en het waarborgen van fysieke veiligheid. De gecertificeerde instelling heeft een plan gepresenteerd om de opvoedvaardigheden en leerbaarheid van de ouders nader te onderzoeken.

De rechtbank oordeelt dat verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is voor de bescherming van de kinderen en verlengt deze voor een jaar. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd voor zes maanden met een tussentijdse evaluatie. Tevens wordt een screening van de oma vaderszijde aanbevolen om te onderzoeken of zij een mogelijke plaatsingsoptie kan zijn. De beslissing is direct uitvoerbaar en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling voor een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden met een tussentijdse evaluatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/697755 / JE RK 26-69
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. A.L. Witteveen uit Rotterdam,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 januari 2026;
  • producties van de advocaat van de moeder van 18 februari 2026;
  • advies over de begeleide omgang van [organisatie] van 4 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader en de moeder met de advocaat;
  • [naam 1] namens de gecertificeerde instelling;
  • [de oma vaderszijde] , de oma vaderszijde,
  • [de pleegvader] , de pleegvader;
  • [naam 2] , de pleegzorgbegeleider.
Op de zitting heeft de gecertificeerde instelling een afbeelding van een ladder, als tijdlijn voor het tonen van leerbaarheid de komende zes maanden, aan de ouders en de rechtbank overgelegd. Dit stuk is aan het dossier toegevoegd.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 februari 2025 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 20 februari 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 november 2025 een machtiging verleend [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 20 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, kort en zakelijk weergegeven, als volgt toegelicht. De afgelopen periode hebben de ouders aan zichzelf gewerkt en positieve stappen laten zien. De omgang en de samenwerking verloopt goed, maar de ouders voldoen nog niet in aan de gestelde bodemeisen waardoor zij de zorg voor de kinderen nog niet kunnen dragen. Er zijn nog aandachtspunten bij de ouders, zoals het beter afstemmen van de signalen van de kinderen bij fysiek contact, het uitvoeren van verzorgende taken en het waarborgen van de fysieke veiligheid. De komende periode moet er meer zicht komen op de opvoedvaardigheden en de leerbaarheid van de ouders zodat er duidelijkheid komt of een terugplaatsing mogelijk is. [organisatie] heeft aangegeven dat de omgang goed loopt, maar dat zij geen onderzoek naar de opvoedvaardigheden kunnen doen en dat daarvoor een aparte vorm van begeleiding en expertise nodig is, die naast de huidige omgang kan plaatsvinden. William Schrikker Gezinsvormen is daarom benaderd voor de ambulante opvoedondersteuning en het perspectiefonderzoek. Als blijkt dat daar een lange wachtlijst voor is dan zal er een andere partij worden benaderd. De kinderen ontwikkelen zich goed bij het perspectief biedende pleeggezin het is van belang dat zij daar kunnen blijven wonen tot er meer duidelijkheid is. De ouders en de oma vaderszijde hebben recent bij de gecertificeerde instelling aangegeven de wens te hebben om de kinderen eventueel bij de oma vaderszijde te plaatsen. De gedragswetenschapper heeft afgeraden om het perspectiefonderzoek te doorkruisen met een screening van de oma vaderszijde, omdat het van belang is dat er zoveel mogelijk rust is voor de kinderen. In het verleden is de oma vaderszijde een tijd afwezig geweest in het leven van de kinderen doordat er onenigheid was met de ouders en het contactherstel is nog fragiel. De gecertificeerde instelling kan zich vinden in het verzoek van de ouders om de machtiging tot uithuisplaatsing voor kortere duur uit te spreken zodat er een tussentijds toets moment is.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de ouders is naar voren gebracht dat zij begrijpen dat zij op dit moment niet voor de kinderen kunnen zorgen omdat ze nog geen eigen woning hebben en er eerst meer zicht moet komen op hun opvoedvaardigheden en leerbaarheid. De ouders zijn hard aan het werk om aan de basisvoorwaarden te voldoen en de moeder is bezig met Middin om een woning te regelen. De ouders vinden verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor een jaar te lang omdat de kinderen nog jong zijn en snel duidelijkheid nodig hebben over hun perspectief. Het is jammer dat [organisatie] heeft aangegeven geen passende organisatie te zijn om de opvoedvaardigheden van de ouders te kunnen beoordelen en de ouders maken zich zorgen over eventuele wachtlijsten bij William Schrikker Gezinsvormen. De ouders zijn blij met het pleeggezin, maar hebben ook de wens dat de kinderen bij de oma vaderszijde kunnen wonen en willen dat de oma vaderszijde daarvoor wordt gescreend. Het klopt dat de ouders een periode onenigheid hadden met oma vaderszijde, maar sinds 5 december 2025 zijn zij weer goed in contact samen. De ouders verzoeken daarom om de machtiging tot uithuisplaatsing voor kortere duur te verlenen zodat er een extra toets moment is en er dan meer duidelijkheid is over de opvoedvaardigheden van de ouders en eventuele mogelijkheden voor een plaatsing bij de oma vaderszijde.
4.2.
Desgevraagd heeft de oma vaderszijde toegelicht dat zij al betrokken is bij de kinderen en de ouders ondersteund sinds de geboorte van de kinderen. Er is in het verleden onenigheid ontstaan doordat er veel hulpverleners betrokken waren en niet alle partijen op dezelfde lijn zaten en er geen duidelijke afspraken waren. Het gaat nu goed tussen de ouders en de oma vaderszijde en de oma vaderszijde heeft eerder al aangegeven en dat zij de zorg over de kinderen op zich wil nemen.
4.3.
Desgevraagd heeft de pleegvader toegelicht dat het goed gaat met de kinderen en de pleegouders goed contact hebben met de ouders. Ze sturen regelmatig foto’s en filmpjes naar de ouders en de ouders zijn ook een keer meegegaan naar de opvang. De omgang in [plaats] is bij [organisatie] en is best ingrijpend en vermoeiend voor de kinderen omdat ze dan een uur heen en een uur terug moeten reizen. Er is één keer per maand omgang bij de pleegouders thuis en dat verloopt goed. De pleegvader denkt dat het voor de kinderen fijn zou zijn als omgang vaker bij de pleegouders thuis is.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De ouders hebben de afgelopen periode positieve stappen gezet en er is sprake van een goede samenwerking, maar zij voldoen nog niet aan de basisvoorwaarden om de verzorging en opvoeding van de kinderen weer op zich te kunnen nemen. Het is van belang dat de opvoedvaardigheden en de leerbaarheid van de ouders wordt onderzocht opdat er duidelijkheid komt over de mogelijkheden van de ouders en het perspectief van de kinderen.
De gecertificeerde instelling heeft aangegeven dat er contact is gelegd met William Schrikker Gezinsvormen om dit onderzoek uit te voeren. Wanneer er te lange wachtlijsten hiervoor zijn zullen zij omkijken naar een andere instantie die het onderzoek kan uitvoeren. De rechtbank acht voortvarendheid op de punt in het belang van de kinderen, maar ook van de ouders. Verder acht de kinderrechter het van belang dat nader wordt gekeken naar screening oma vaderszijde opdat voor de volgende zitting meer duidelijkheid komt of er mogelijkheden zijn om de kinderen, eventueel gedeeltelijk, bij de oma vaderszijde te plaatsen in lijn met de huidige wens van de ouders. De kinderrechter overweegt daarbij dat de wens van de ouders en de oma vaderszijde pas kort voor de zitting is geuit en de kinderrechter acht het van belang dat zorgvuldiger wordt gekeken naar de (on)mogelijkheden op dit punt. De kinderrechter vertrouwt erop dat de screening plaatsvindt op een wijze die zo min mogelijk belastend is voor de kinderen.
5.3.
Gelet op de zorgen over de kinderen en de stappen die nog moeten worden gezet, acht de kinderrechter voortzetting van de betrokkenheid en begeleiding van de gecertificeerde instelling noodzakelijk. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling daarom verlengen voor de duur van een jaar. Ten aanzien van de machtiging tot uitplaatsing overweegt de kinderrechter dat de kinderen zich goed ontwikkelen bij het pleeggezin en het van belang is dat de kinderen daar kunnen blijven wonen tot er meer duidelijkheid is over hun perspectief. De kinderrechter acht het – mede gelet op de leeftijd van de kinderen en de aanvaardbare termijn – van belang om een vinger aan de pols te houden bij het traject van de ouders ten aanzien van hun opvoedvaardigheden en leerbaarheid. De kinderrechter verlangt van de gecertificeerde instelling dat de gecertificeerde instelling het voor de ouders zeer helder maakt aan welke eisen zij moeten voldoen en welke stappen zij moeten zetten de komende periode. Over zes maanden kan worden gekeken wat de stand van zaken is en wat er eventueel nog nodig is. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing daarom verlengen voor de duur van zes maanden en aanhouden voor het overige.
5.4.
De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk twee weken voor de zitting een update te sturen ten aanzien van hetgeen hiervoor overwogen, waarin zij ook haar standpunt kenbaar maakt ten aanzien van het aangehouden deel van het verzoek.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 20 februari 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 20 augustus 2026;
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting,
gelegen voor 20 augustus 2026, tegen welke zitting de gecertificeerde instelling, de vader, de moeder en haar advocaat en de pleegouders (als belanghebbenden) en de oma vaderszijde (als informant) dienen te worden opgeroepen;
6.4.
gelast de gecertificeerde instelling om uiterlijk twee weken voor de zitting een
schriftelijke updatetoe te zenden aan de kinderrechter en de belanghebbenden en daarin ook te vermelden of het verzoek voor het overige wordt gehandhaafd;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door mr.drs. W.G. de Boer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 4 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.