Uitspraak
Beschikking op het op 19 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker],
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
Verzoek en het standpunt van de IND
Feiten
Beoordeling
[plaats]. De burgemeester heeft aangegeven dat die afstandsverklaring geen rechtsgevolg heeft, omdat verzoeker naast de Nederlandse geen andere nationaliteit (meer) bezit en een ander tot gevolg zou hebben dat verzoeker zonder nationaliteit is en dus staatloos.
in de tweede plaats treedt nooit verlies in wanneer staatloosheid daarvan het gevolg zou zijn. […]. De in de artikelen 14-16 vervatte verliesgronden moeten als limitatief worden beschouwd. […] De verwerping van het Nederlanderschap mag evenwel niet tot staatloosheid leiden.” Daarnaast staat in de MvT bij de toelichting op artikel 15 onder Pro b: “
afstand is op grond van artikel 14, tweede lid, niet mogelijk indien men uitsluitend Nederlander is”. De in de internationale verdragen opgenomen beginselen zijn in de Nederlandse wet opgenomen juist met het oog op het voorkomen van staatloosheid en niet met het oog op het bevorderen of toestaan van staatloosheid. De stelling van verzoeker dat hij om hem moverende redenen toch afstand kan doen van de Nederlandse nationaliteit, met staatloosheid tot gevolg, druist dan ook rechtstreeks in tegen alle relevante internationale verdragen en de Nederlandse wet. Daar komt bij dat uit uitspraken van het EHRM niet kan worden afgeleid dat aan artikel 8 EVRM Pro een recht op staatloosheid kan worden ontleend in een geval waarin de betrokkene reeds een nationaliteit bezit. In meerdere internationale verdragen die na de inwerkingtreding van het EVRM zijn afgesloten en waar Nederland partij bij is, is juist opgenomen dat de burger beschermd moet worden tegen staatloosheid. Verder is de IND van mening dat van inbreuk op de identiteit van verzoeker geen sprake is, aangezien het feit dat hij Nederlander blijft hem op geen enkele wijze belemmert in het uitoefenen van zijn privéleven.
“
Een ieder die, buiten een bij enige in een der delen van het Koninkrijk gevestigde rechterlijke instantie of een in administratief beroep aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft, kan bij de rechtbank Den Haag of, indien hij in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woonachtig is, bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek indienen tot vaststelling van zijn Nederlanderschap of tot vaststelling dat hij het Nederlanderschap niet bezit. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip het Nederlanderschap al dan niet bezat.”