Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6050

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
21 maart 2026
Zaaknummer
C/09/683530 / FA RK 25-2779
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding zorgregeling en informatieregeling in ondertoezichtstelling minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader inzake de verdeling van zorg- en opvoedingstaken, informatieregeling en doorverwijzing naar Ouderschap Blijft voor de minderjarige geboren in 2018.

De Raad voor de Kinderbescherming rapporteerde dat de relatie tussen de ouders ernstig verstoord is, met negatieve gevolgen voor de minderjarige. Er zijn beschuldigingen van seksueel misbruik door de vader, wat de situatie complex en zorgelijk maakt. De Raad adviseerde de zorgregeling aan te houden tot duidelijkheid over de strafrechtelijke procedure en hulpverlening.

De strafzaak tegen de vader is geseponeerd, maar de moeder start een artikel 12 Sv Pro-procedure. De rechtbank handhaaft de voorlopige videobelregeling en stelt de verzoeken aan tot 15 april 2026, in afwachting van de voorlopige ondertoezichtstelling en de inzet van hulpverlening. Advocaten dienen de rechtbank uiterlijk op die datum te informeren over de voortgang.

Uitkomst: Verzoeken tot zorgregeling en informatieregeling worden aangehouden tot 15 april 2026, voorlopige videobelregeling blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2779
Zaaknummer: C/09/683530
Datum beschikking: 18 februari 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, informatieregeling en doorverwijzing Ouderschap Blijft

Beschikking op het op 11 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.S.M. Ruijgrok te Amsterdam.

Procedure

Bij beschikking van 1 juli 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:
- vastgesteld dat partijen zijn verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname
aan het traject Omgangsbegeleiding;
- de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten en hierover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
- bepaald dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , voorlopig videocontact met de vader zal hebben: elke zondagochtend om 10.00 uur, waarbij het contact niet begeleid wordt door een andere volwassene;
- iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling, de informatieregeling en de doorverwijzing naar Ouderschap Blijft tot 1 januari 2026 pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het rapport van 12 november 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming.
Op 4 februari 2026 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Het betrof een gecombineerde behandeling van zowel onderhavige procedure als het kort geding, waarin, onder andere, de moeder heeft gevorderd tot het verlenen van vervangende toestemming om de speltherapie van [de minderjarige] bij mevrouw [naam 1] te hervatten en de vader heeft gevorderd tot het vastleggen van een zorgregeling met [de minderjarige] , ingeschreven onder zaak- en rekestnummer C/09/695833 / KG ZA 25-1209. Op de zitting van 4 februari 2026 zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door mr. J.C. van den End, waarnemend kantoorgenoot van haar advocaat;
- [naam 2] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.
Op de zitting is door de Raad verzocht om [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen. Op dit verzoek is op de zitting mondeling beslist, in die zin dat [de minderjarige] van 4 februari 2026 tot 4 mei 2026 onder toezicht is gesteld van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam. De schriftelijke uitwerking daarvan is in een afzonderlijke beschikking vastgelegd.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Rapport van de Raad
De Raad ziet dat de relatie tussen de ouders ernstig is verstoord en dat dit gevolgen heeft voor de ontwikkeling van [de minderjarige] . De Raad maakt zich zorgen om [de minderjarige] , omdat zij nagenoeg haar hele leven met regelmaat getuige is van spanningen en meningsverschillen tussen de ouders. De ouders hebben een negatief en beschadigd beeld van elkaar en zij diskwalificeren elkaar als ouder. Alles omtrent [de minderjarige] vormt een strijd tussen de ouders, welke strijd [de minderjarige] meekrijgt. De moeder heeft de vader beschuldigd van seksueel misbruik van [de minderjarige] . Als dit seksueel misbruik daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, betreft dit een ernstige situatie waarbij [de minderjarige] onveiligheid, pijn en angst moet hebben ervaren en zij hulpverlening nodig heeft om dit te verwerken. Echter, als het seksueel misbruik niet heeft plaatsgevonden, acht de Raad de situatie van [de minderjarige] ook onveilig en beschadigend. In dat geval is het vertrouwen van [de minderjarige] in haar vader namelijk ernstig in diskrediet gebracht en misschien zelfs onherstelbaar beschadigd. Dit acht de Raad zorgelijk en niet in het belang van [de minderjarige] . De Raad is van mening dat er eerst duidelijkheid dient te zijn omtrent het seksueel misbruik, voordat er een besluit kan worden genomen over de zorgregeling. De Raad heeft daarom geadviseerd om de verzoeken ten aanzien van de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] aan te houden voor een periode van negen maanden in afwachting van de afloop van de strafrechtelijke procedure en de in te zetten hulpverlening van Cardea en het KJTC. Tot dat moment moet de huidige voorlopige zorgregeling worden voortgezet.
Overwegingen rechtbank
De rechtbank overweegt als volgt. Ten tijde van het raadsrapport was er nog geen duidelijkheid in de strafrechtelijke procedure tegen de vader. Inmiddels is gebleken dat de officier van justitie heeft besloten om de strafzaak tegen de vader te seponeren. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij het niet eens is met de sepotbeslissing en zij een artikel 12 Sv Pro-procedure zal starten. De strafrechtelijke procedure tegen de vader is dus nog niet geëindigd. De vader is van mening dat het contact tussen hem en [de minderjarige] kan worden hersteld en opgebouwd, omdat de strafzaak tegen hem is geseponeerd. De moeder heeft bezwaren tegen vaststelling van een zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] . Volgens de moeder vallen de videobelmomenten met de vader [de minderjarige] zwaar en is na de videobelmomenten telkens sprake van een terugval bij [de minderjarige] . Daarbij heeft de moeder aangegeven dat [de minderjarige] zich momenteel onveilig voelt bij de vader, waardoor zij door de confrontatie met de vader telkens opnieuw in haar trauma terechtkomt. Volgens de moeder moet er eerst professionele hulp voor [de minderjarige] worden ingezet en moeten de ouders de juiste begeleiding krijgen, voordat gekeken kan worden welke zorgregeling in het belang van [de minderjarige] is. Desondanks is gebleken dat de wekelijkse videobelmomenten tussen [de minderjarige] en de vader sinds de vorige beschikking wel hebben plaatsgevonden. Nu er een voorlopige ondertoezichtstelling over [de minderjarige] is uitgesproken, zal er een jeugdbeschermer bij het gezin worden betrokken die de regie zal nemen en de nodige hulpverlening zal inzetten. Een jeugdbeschermer kan de ouders ook helpen om de noodzakelijke beslissingen te nemen in het kader van het contact tussen de vader en [de minderjarige] en de wijze waarop dat wordt vormgegeven.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de voorlopige videobelregeling zoals bepaald in de beschikking van 1 juli 2025 handhaven. De rechtbank zal in afwachting van het verloop van de (voorlopige) ondertoezichtstelling de definitieve beslissing ten aanzien van de verzoeken aanhouden tot na te melden pro formadatum. Uiterlijk op deze pro formadatum moeten de advocaten van de ouders de rechtbank hebben bericht over het verloop van de (voorlopige) ondertoezichtstelling, de huidige stand van zaken en de gewenste voortgang van deze procedure. De rechtbank zal daarna beslissen over het verdere verloop van de procedure. Daarbij verzoekt de rechtbank aan de gecertificeerde instelling om, indien zij een verzoek indient om [de minderjarige] definitief onder toezicht te stellen, bij dit verzoek onderhavige procedure te vermelden, zodat de verzoeken mogelijk samen kunnen worden behandeld.

Beslissing

De rechtbank:
houdt de verzoeken
ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de informatieregeling en de doorverwijzing Ouderschap Blijftaan tot
15 april 2026 pro forma; uiterlijk op deze pro formadatum moeten de advocaten van de ouders de rechtbank hebben bericht over het verloop van de (voorlopige) ondertoezichtstelling, de huidige stand van zaken en de gewenste voortgang van deze procedure.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 februari 2026.