Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6045

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
21 maart 2026
Zaaknummer
C/09/665998 / FA RK 24-3302
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:25c BWArt. 1:207 BWArt. 1:212 BWArt. 1:253c lid 5 BWArt. 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling geboortegegevens, gerechtelijke vaststelling vaderschap en gezag over minderjarige kinderen

Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om vaststelling van geboortegegevens van drie minderjarige kinderen, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man en het toekennen van het ouderlijk gezag. De rechtbank heeft de geboortegegevens vastgesteld conform het voorstel van de ambtenaar van de burgerlijke stand, omdat verzoekster niet tijdig op het voorstel heeft gereageerd.

Ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek te laat is ingediend, meer dan vijf jaar na de geboorte van de kinderen. De rechtbank heeft een bijzondere curator benoemd die namens de minderjarigen een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap kan indienen nadat vervangende geboorteakten zijn opgemaakt.

Het primaire verzoek tot toekenning van het gezag aan de man is afgewezen omdat niet is vastgesteld dat hij de juridische vader is volgens het toepasselijke Syrische recht. Het subsidiaire verzoek om gezamenlijk gezag toe te kennen is aangehouden tot een beslissing op het vaderschapsverzoek of erkenning van de kinderen door de man. De rechtbank adviseert erkenning om het juridisch ouderschap en gezag zonder gerechtelijke procedure vast te stellen.

Uitkomst: De rechtbank stelt de geboortegegevens vast, verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het vaderschapsverzoek, wijst het primaire gezagsverzoek af en houdt het subsidiaire gezagsverzoek pro forma aan.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummers: FA RK 22-5702 (gezag)
FA RK 24-3302 (vaststellen geboortegegevens)
FA RK 24-5710 (gerechtelijke vaststelling vaderschap)
Zaaknummers: C/09/634506 (gezag)
C/09/665998 (vaststellen geboortegegevens)
C/09/670725 (gerechtelijke vaststelling vaderschap)
Datum beschikking: 18 februari 2026

Vaststellen geboortegegevens, gerechtelijke vaststelling vaderschap en gezag

Beschikking op het op 15 augustus 2022 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] ,

verzoekster,
in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] , [land] (hierna [de minderjarige 1] );
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 1] , [land] (hierna [de minderjarige 2] );
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 1] , [land] (hierna [de minderjarige 3] );
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.V. Paniagua te Rotterdam.
Als belanghebbende in de procedure met zaaknummer C/09/665998 (vaststellen geboortegegevens) wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

de ambtenaar
zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de ambtenaar.
Als belanghebbende in de procedure met zaaknummer C/09/670725 (gerechtelijke vaststelling vaderschap) en in de procedure met zaaknummer C/09/634506 (gezag) wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I. Dobbelaere-Woets te Terneuzen
Als belanghebbenden in de procedure met zaaknummer C/09/670725 (gerechtelijke vaststelling vaderschap) worden aangemerkt:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] , [land] (hierna [de minderjarige 1] );
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 1] , [land] (hierna [de minderjarige 2] );
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 1] , [land] (hierna [de minderjarige 3] );
vertegenwoordigd door mr. M.M. Menheere,
advocaat te Den Haag,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
Ten aanzien van zaaknummer C/09/634506 (gezag)
- het verzoekschrift van 22 augustus 2022;
- een brief van 6 september 2022, met bijlage, van verzoekster;
- een brief van 13 september 2022, met bijlage, van verzoekster;
- een F9-formulier van 13 juni 2023, met bijlage, van de man;
- een F9-formulier van 16 januari 2024 van verzoekster, met als bijlage een aanvullend verzoekschrift;
- een brief van 18 januari 2024 van de man;
- een F9-formulier van 4 maart 2024, met bijlage, van de bijzondere curator;
Ten aanzien van zaaknummer C/09/665998 (vaststellen geboortegegevens)
- het aanvullend verzoekschrift van 23 april 2024 van verzoekster;
- een F9-formulier van 25 juni 2024, met bijlage, van de man;
- een F9-formulier van 5 augustus 2024, met bijlage, van verzoekster;
- een F9-formulier van 25 september 2024, met bijlage, van verzoekster;
- een brief van 16 januari 2025, met bijlagen, van de ambtenaar;
- een F9-formulier van 28 maart 2026, met bijlage, van verzoekster;
- een brief van 7 mei 2025 van de ambtenaar;
- een F9-formulier van 18 september 2025 van verzoekster, met als bijlage een Deskundigenrapportage Rechtsgeldig Verwantschapsonderzoek van 1 september 2025;
- een F9-formulier van 1 oktober 2025 van de man;
- een brief van 15 oktober 2025 van de ambtenaar;
- een F9-formulier van 27 oktober 2025 van de man;
- een F9-formulier van 19 januari 2026 van verzoekster.
Ten aanzien van zaaknummer C/09/670725 (gerechtelijke vaststelling vaderschap)
- een F9-formulier van 4 maart 2024, met bijlage, van de bijzondere curator;
- het aanvullend verzoekschrift van 23 april 2024 van verzoekster;
- een F9-formulier van 15 augustus 2024, met bijlage, van de man;
- een F9-formulier van 6 januari 2026 van de bijzondere curator;
- een F9-formulier van 26 januari 2026, met bijlage, van de bijzondere curator;

Verzoek en verweer

Verzoekster verzoekt – na wijziging en aanvulling –:
  • een bijzonder curator te benoemen over de minderjarigen, teneinde namens de minderjarigen een verzoek in te dienen tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de vader;
  • de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast te stellen conform het aanvullend verzoekschrift van 23 april 2024;
  • het ouderschap vast te stellen van [de man] , geboren op [geboortedatum 4] 1992 te [geboorteplaats 2] over de genoemde minderjarigen;
  • Ten aanzien van het gezag:
o
primair: voor recht te verklaren dat verzoekster en de vader gezamenlijk belast zijn met het ouderlijk gezag over de kinderen, met opdracht aan de griffie om hiervan aantekening te maken in het gezagsregister;
o
subsidiair: de vader samen met verzoekster te belasten met het ouderlijk gezag, met opdracht aan de griffie om hiervan aantekening te maken in het gezagsregister,
De ambtenaar heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens.
De man stemt in met toewijzing van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
De bijzondere curator heeft van haar bevindingen een verslag ingediend.

Feiten

  • Verzoekster en de minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit.
  • De man heeft de Belgische en de Marokkaanse nationaliteit.
  • [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] verblijven bij verzoekster.
  • Bij beschikking van 16 februari 2024 heeft de rechtbank mr. M.M. Menheere tot bijzondere curator over de minderjarigen benoemd, teneinde hen ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijke Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

Verloop procedure

Gezien de verstreken tijd sinds de indiening van het verzoekschrift en de onderlinge samenhang van de drie zaaknummers geeft de rechtbank eerst een overzicht van het verloop van de procedure.
Verzoekster heeft bij verzoekschrift van 15 augustus 2022 verzocht voor recht te verklaren dat de man gezag heeft over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] , dan wel het gezag aan de man toe te kennen, zodat verzoekster en de man gezamenlijk gezag hebben. Dit verzoek heeft bij de rechtbank zaaknummer C/09/634506 gekregen. Op de daarna op 2 januari 2024 gehouden zitting is gebleken dat niet vastgesteld kon worden dat de man de (juridische) vader is van de kinderen. Verzoekster heeft vervolgens op 16 januari 2024 aanvullend aan de rechtbank verzocht om een bijzondere curator te benoemen, die namens de kinderen het verzoek om gerechtelijke vaststelling vaderschap zou kunnen indienen. Dit omdat verzoekster concludeerde dat zij op grond van artikel 1:207 lid 1 onder Pro a B W te laat was om zelf te verzoeken om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. De rechtbank heeft bij beschikking van 16 februari 2024 mr M.M. Menheere tot bijzondere curator benoemd. De bijzondere curator heeft in haar rapport van 4 maart 2024 opgemerkt dat van geen van de kinderen een geboorteakte bestaat. De bijzondere curator is van mening dat voorafgaand aan haar eventuele verzoek om het vaderschap gerechtelijk vast te stellen, vervangende geboorteakten moeten worden opgemaakt. Daarvoor zou, aldus de bijzondere curator, verzoekster aan de rechtbank moeten verzoeken om de geboortegegevens van de kinderen vast te stellen. Aansluitend zal de bijzondere curator dan overwegen om een verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap in te dienen. Naar aanleiding van dit verslag heeft de rechtbank de zaak met nummer C/09/670725 gemaakt. Verzoekster heeft het verzoek om vaststelling van de geboortegegevens ingediend op 23 april 2024, waarbij zij een overzicht heeft gegeven van de volgens haar geldende geboortegegevens. Dit verzoek heeft bij de rechtbank zaaknummer C/09/665998 gekregen. Verzoekster heeft hierbij tevens (alsnog) een verzoek ingediend om het ouderschap van de man gerechtelijk vast te stellen. Dit verzoek is toegevoegd aan de zaak met nummer C/09/670725. Ten aanzien van de geboortegegevens heeft de ambtenaar bij verweerschrift van 16 januari 2025 aangegeven dat het noodzakelijk zou zijn dat eerst met een geaccrediteerd DNA-rapport zou worden vastgesteld dat verzoekster inderdaad met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verwant is aan de minderjarigen. Indien dat zou zijn vastgesteld, zou de ambtenaar kunnen instemmen met vaststelling van de geboortegegevens. De ambtenaar doet in het verweerschrift daartoe een – van het voorstel van verzoekster afwijkend – voorstel. Verzoekster heeft vervolgens Verilabs een DNA-onderzoek laten doen en het rapport van Verilabs van 1 september 2025 overgelegd. Uit het rapport is gebleken dat verzoekster met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische moeder is van de minderjarigen. Uit het rapport is ook gebleken dat Verilabs tevens onderzoek ten aanzien van de man heeft gedaan en dat hij met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van de minderjarigen. De ambtenaar heeft op 15 oktober 2025 zijn instemming met de geboortegegevens zoals voorgesteld in het verweer van 16 januari 2025 herhaald.

Beoordeling

De rechtbank zal hieronder eerst de vaststelling van de geboortegegevens, vervolgens de gerechtelijke vaststelling vaderschap en tot slot het gezag behandelen.
Ten aanzien van zaaknummer C/09/665998 (vaststellen geboortegegevens)
Nu verzoekster en de minderjarigen in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het verzoek ziet op het vaststellen van de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van de geboorteakten van de minderjarigen en tot opname daarvan in de Nederlandse registers. Dit verzoek is gegrond op artikel 1:25c van het BW. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
De rechtbank is van oordeel dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet beschikt over een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte van geboorte en deze ook niet kan verkrijgen.
De rechtbank is verder van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder en de datum waarop de geboorte van de minderjarigen moet hebben plaatsgehad.
De ambtenaar heeft in zijn brief van 16 januari 2025 een voorstel gedaan voor vaststelling van de geboortegegevens van de minderjarigen. De rechtbank heeft verzoekster, via haar advocaat, bij brief van 11 februari 2026 gevraagd of zij met dit voorstel kon instemmen. Verzoekster heeft hier niet (tijdig) op gereageerd. De rechtbank zal de door de ambtenaar voorgestelde geboortegegevens vaststellen..
Het verzoek is op de wet gegrond en op navolgende wijze voor toewijzing vatbaar. De rechtbank verwijst voor de vast te stellen geboortegegevens naar het dictum van deze beschikking.
Ten aanzien van zaaknummer C/09/670725 (gerechtelijke vaststelling vaderschap)
De Nederlandse rechter komt op grond van artikel 3 sub a van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toe.
Artikel 10:97 eerste Pro lid van het BW luidt als volgt: “of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind”. Nu er geen gemeenschappelijke nationaliteit is, en verzoekster en de man niet in hetzelfde land wonen, moet gekeken worden naar de verblijfplaats van de kinderen. De rechtbank zal daarom Nederlands recht toepassen.
Verzoekster heeft verzocht om gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man.
Artikel 1:207 BW Pro bepaalt dat een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap door verzoekster kan worden ingediend binnen een termijn van vijf jaren na de geboorte van het kind. Alle minderjarigen zijn ouder dan vijf jaar. Dat betekent dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
In de procedure met zaaknummer C/09/634506 is een bijzondere curator over de minderjarigen benoemd. De bijzondere curator overweegt om namens de kinderen een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap in te dienen (de procedure met zaaknummer C/09/670725) Daarvoor dienen eerst geboorteakten van de minderjarigen opgemaakt te worden.
De rechtbank zal de griffier gelasten een afschrift van deze beschikking naar de bijzondere curator, mr. M.M. Menheere te sturen.
Nadat deze beschikking tot vaststelling van de geboortegegevens van de minderjarigen onherroepelijk is geworden en de ambtenaar een vervangende geboorteakte van de minderjarigen heeft opgemaakt en ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, heeft de bijzondere curator de gelegenheid om een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap in te dienen. De rechtbank zal de procedure met zaaknummer C/09/670725 daarom pro forma aanhouden tot
1 augustus 2026. De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk op de pro forma datum een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in te dienen. Zonder nader bericht zal de rechtbank het dossier betreffende zaaknummer C/09/670725 na de pro forma datum sluiten. Omdat in dit zaaknummer nu geen verzoek open staat, leent deze aanhouding zich niet voor opname in het dictum.
De rechtbank geeft verzoekster en de man in overweging om, nadat de geboorteakten in de Nederlandse registers zijn opgenomen, de minderjarigen door de man te laten erkennen. Hiermee komt het juridisch ouderschap van de man vast te staan zonder dat een gerechtelijke vaststelling daarvan nodig is. Zie tevens voor de gevolgen van erkenning onder het volgende kopje.
Ten aanzien van zaaknummer C/09/634506 (gezag)
Verzoekster heeft primair verzocht om een verklaring voor recht dat de man gezag heeft over de kinderen.
Artikel 16 lid 1 Haags Pro Kinderbeschermingsverdrag 1996 bepaalt dat het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Het gaat hierbij om de gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte, omdat dit het moment is dat van rechtswege ouderlijke verantwoordelijkheid ontstaat. In dit geval zijn de kinderen geboren in [land] . Het voorgaande betekent dat de vraag naar de tussen verzoekster en de man van rechtswege geldende gezagsverhouding naar Syrisch recht moet worden beoordeeld.
Naar Syrisch recht komt, net als naar Nederlands recht, het gezag toe aan de (juridische) vader. Als een kind tijdens een huwelijk is geboren, geldt de echtgenoot als de vader van het kind. In onderhavig geval is niet gebleken van een huwelijk, nu partijen hebben aangegeven alleen religieus te zijn getrouwd en niet over een huwelijksakte te beschikken. Derhalve kan de rechtbank niet vaststellen dat de man naar Syrisch recht de vader is en derhalve evenmin dat de man daarmee van rechtswege met het gezag is belast. De rechtbank wijst dit verzoek dan ook af.
Verzoekster heeft subsidiair verzocht de man met het gezag te belasten.
Op grond van artikel 1:253c lid 5 van het BW kan de moeder uit wie de kinderen zijn geboren de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten. Verzoekster heeft dit gedaan en de man heeft hier geen bezwaar tegen gemaakt.
De man is op dit moment niet de juridische vader. Gezag kan alleen worden toegekend aan een (juridische) ouder. Daarom kan op dit moment het gezag (nog) niet aan de man worden toegekend.
De rechtbank geeft verzoekster en de man in overweging om, nadat de geboorteakten in de Nederlandse registers zijn opgenomen, de minderjarigen door de man te laten erkennen. Door erkenning krijgt de vader automatisch het gezag, zonder dat de rechtbank daar een beslissing over hoeft te nemen.
De rechtbank zal het subsidiaire verzoek van verzoekster ten aanzien van het gezag aanhouden tot ofwel een beslissing is genomen op het eventueel door de bijzondere curator in te dienen verzoek om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, ofwel de man de kinderen heeft erkend. In afwachting van vorenstaande zal de rechtbank de procedure pro forma aanhouden tot
1 augustus 2026. De bijzondere curator is hierboven al gevraagd uiterlijk op de pro forma datum haar verzoek om gerechtelijke vaststelling vaderschap in te dienen. De rechtbank verzoekt de advocaat van de vrouw om de rechtbank uiterlijk op de pro forma datum te informeren of de man de kinderen heeft erkend en in dat geval de akte van erkenning over te leggen. Het subsidiaire verzoek van verzoekster ten aanzien van het gezag kan dan ingetrokken worden.

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam]
Voornaam : [de minderjarige 1]
Geboortedatum : [geboortedatum 1] 2014
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , [land]
Geslacht : vrouwelijk
Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam]
Voornamen moeder : [voornamen]
Geboortedatum moeder : [geboortedatum 5] 1994
Geboorteplaats moeder : [geboorteplaats 3]
*
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam]
Voornaam : [de minderjarige 2]
Geboortedatum : [geboortedatum 2] 2015
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , [land]
Geslacht : mannelijk
Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam]
Voornamen moeder : [voornamen]
Geboortedatum moeder : [geboortedatum 5] 1994
Geboorteplaats moeder : [geboorteplaats 3]
*
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam]
Voornaam : [de minderjarige 3]
Geboortedatum : [geboortedatum 3] 2017
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , [land]
Geslacht : mannelijk
Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam]
Voornamen moeder : [voornamen]
Geboortedatum moeder : [geboortedatum 5] 1994
Geboorteplaats moeder : [geboorteplaats 3]
*
gelast de griffier de toezending van deze beschikking aan mr. M.M. Menheere, bijzondere curator;
*
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de biologische vader;
*
wijst af het primaire verzoek ten aanzien van het gezag;
*
houdt de behandeling van het subsidiaire verzoek ten aanzien van het gezag pro forma aan tot
1 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2026.