ECLI:NL:RBDHA:2026:6024

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
AWB 25/15378
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000Art. 6:22 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek aanvankelijk op 17 december 2025, maar schorste de zitting vanwege het ontbreken van een tolk. De zaak werd vervolgens op 23 februari 2026 voortgezet met aanwezigheid van alle partijen en een tolk.

Op 20 maart 2026 deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 25/15338), waarbij het beroep van verzoeker werd behandeld. Gezien deze uitspraak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.

Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister op grond van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht tot betaling van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt voor het indienen van het verzoekschrift, vastgesteld op € 934,-. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en griffier D.G. van den Berg en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/15378

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 maart 2026 in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: I. Yildirim en M.F. Demirci),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoeker als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000. [1] Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek eerst op 17 december 2025 op zitting behandeld. Omdat de gemachtigde van eiser geen tolk had geregeld, is besloten de behandeling van de zaak te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek vervolgens op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigden van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/15338, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
De rechtbank ziet, gelet op de toepassing van artikel 6:22 Awb Pro [2] in de beroepszaak, aanleiding om de minister ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoeker in dit verband heeft gemaakt met het indienen van zijn verzoekschrift. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 934,-. [3]

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, op 20 maart 2026, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift.