Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eiseres 1] , te [woonplaats 1] ,
[eiseres 2], te [woonplaats 2] ,
[gedaagde 1], te [woonplaats 3] ,
[gedaagde 2], te [woonplaats 4] ,
[gedaagde 3], te [woonplaats 5] ,
[gedaagde 4], te [woonplaats 5] ,
[gedaagde 5], te [woonplaats 6] ,
[gedaagde 6], te [woonplaats 5] ,
[gedaagde 7], te [woonplaats 5] ,
[gedaagde 8], te [woonplaats 7] ,
[gedaagde 9], te [woonplaats 5] ,
1.De procedure
- het vonnis in het incident van 30 juli 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 9] van 10 september 2025, met de producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie van [gedaagde 1] van 22 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord in reconventie van [eiseressen] c.s. van 17 december 2025;
- de akte van [gedaagde 9] , met productie 7.
2.De feiten in de hoofdzaak en in het incident
€ 20.960,00 uit de nalatenschap ontvangen. [gedaagde 9] ontving destijds een bedrag van
€ 25.960,00.
3.Het geschil
in het incident
(na)kosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
primair:[eiseressen] c.s. beveelt hun medewerking aan deze verdeling, dan wel de door de rechtbank vast te stellen verdeling, te verlenen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, onder last van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 15.000,00 per eiser;