Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6013

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
NL25.61897 en NL25.61898
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b Vreemdelingenwet 2000Artikel 3 EVRMArtikel 4 Handvest
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing militaire dienstplichtproblemen

Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor militaire dienstplicht en bestraffing bij terugkeer naar Turkije. Hij stelde dat hij problemen zou ondervinden vanwege dienstplichtontduiking en zijn Koerdische afkomst. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn verhaal onvoldoende met objectieve documenten onderbouwde en inconsistenties vertoonde.

De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 24 februari 2026. De rechtbank oordeelde dat de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig waren, maar dat de problemen met militaire dienstplicht niet aannemelijk waren gemaakt. Het overgelegde e-devlet-document toonde wel dat eiser gezocht wordt voor een medische keuring, maar dit was niet voldoende om gegronde vrees voor vervolging aan te nemen.

Verweerder stelde terecht dat eiser geen gewetensbezwaren aannemelijk had gemaakt en dat de mogelijke straffen in Turkije niet zodanig zwaar waren dat sprake was van vervolging. Ook was het niet aannemelijk dat eiser principieel bezwaar had tegen het volgen van een basistraining. De rechtbank concludeerde dat eiser geen goede reden had om niet direct asiel aan te vragen en dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond was afgewezen.

De voorlopige voorziening werd afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en bevat informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing van de vrees voor militaire dienstplichtproblemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.61897 en NL25.61898
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. F.E. Mahler).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Eiser heeft op 1 december 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 16 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Sivridag als tolk en de gemachtigde van verweerder. Ook de zus van eiser was aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser heeft de Turkse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1989. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij problemen zal krijgen door de militaire dienst als hij wordt teruggestuurd naar Turkije. In 2009 of 2010 heeft eiser een uitnodiging voor een medische keuring voor de dienstplicht gekregen, daar is eiser niet op ingegaan. In 2013 of 2014 is er een inval geweest in het hotel waar eiser werkte. De gendarmerie was op zoek naar eiser omdat hij bij het hotel geregistreerd stond en zijn informatie werd doorgespeeld aan de Turkse autoriteiten. Eiser is vervolgens gevlucht naar het dorp waar zijn familie woonde. In maart 2014 heeft eiser onder druk van zijn familie toch een medische keuring laten doen. Als student kreeg eiser drie jaar vrijstelling van de militaire dienstplicht. Op uitnodiging van een Slowaakse vrouw is eiser naar Slowakije vertrokken. Nadat zijn visum was verlopen besloot eiser naar Nederland te reizen. Eiser wilde een serieuze relatie en op basis daarvan een verblijfsvergunning krijgen, maar dat was niet gelukt. Eiser heeft asiel aangevraagd nadat hij in vreemdelingendetentie is geplaatst. Bij terugkeer naar Turkije vreest eiser voor de militaire dienstplicht en voor bestraffing vanwege dienstplichtontduiking. Verder is relevant dat eiser Koerdisch is.
Bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • problemen vanwege militaire dienstplicht.
De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser zijn door verweerder geloofwaardig geacht. De problemen vanwege de militaire dienst zijn door verweerder niet geloofwaardig geacht. Redengevend voor verweerder is dat eiser zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. Eiser heeft geen goede verklaring waarom hij onvoldoende documenten heeft afgegeven. Ook vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel. De asielaanvraag is daarbij niet zo spoedig mogelijk ingediend en eiser heeft ook daarvoor geen goede verklaring. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. [1] Eiser heeft namelijk op grond van het geloofwaardig geachte element niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Turkije gegronde vrees heeft voor vervolging. Dat eiser uit Turkije komt is op zichzelf niet genoeg om als vluchteling te worden aangemerkt.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser voert het volgende aan. Dat eiser geen brief heeft ontvangen over zijn uitstel van militaire dienst maakt niet dat het asielrelaas ongeloofwaardig is. Het kan zijn dat er wel een brief is verzonden, dat weet eiser niet omdat noch hij, noch zijn ouders, een brief hebben ontvangen. Ook wordt eiser tegengeworpen dat hij in eerdere jaren geen moeite heeft gedaan om aan informatie te komen over de dienstplicht, maar daarvoor was geen reden of noodzaak omdat eiser in Nederland verbleef en er geen uitzetting dreigde. Eiser heeft ook geen informatie over zijn dienstplicht gezocht omdat dit stressvol is en hij er niet aan wilde denken.
Verweerder heeft daarnaast niet de conclusie kunnen trekken dat eiser zijn paspoort heeft aangevraagd na het verlopen van het uitstel voor militaire dienst. Eiser heeft immers verklaard dat zijn uitstel afliep in 2017 en eiser heeft dat jaar ook zijn paspoort aangevraagd, daaruit valt niet op te maken of het uitstel al afgelopen was op het moment van zijn paspoortaanvraag. Daarbij stelt eiser dat niet is onderbouwd dat in het geval dat het uitstel is verlopen, geen paspoorten worden verstrekt.
Eiser zal ook grote problemen ondervinden bij terugkeer, omdat hij niet is teruggekeerd naar Turkije na het verlopen van het uitstel en hij dus als deserteur wordt beschouwd door de Turkse autoriteiten.
Verweerder stelt ten onrechte dat eiser zijn gewetensbezwaren onvoldoende heeft uitgelegd. Ook heeft verweerder niet gemotiveerd hoe eiser dit beter had kunnen uitleggen. Er bestaat een reëel risico dat eiser bij terugkeer problemen zal ondervinden, die des te groter zijn vanwege zijn Koerdische afkomst.
Eiser loopt risico op schending van artikel 3 van Pro het EVRM [2] en artikel 4 van Pro het Handvest.
Eiser komt in een situatie terecht waarin hij niet in Nederland kan blijven en niet terug kan keren naar Turkije, hetgeen onevenredig hard is.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
Geloofwaardigheid problemen vanwege militaire dienst
6. Verweerder heeft eiser tegengeworpen dat hij zijn (gestelde) problemen vanwege de militaire dienstplicht niet met objectieve stukken heeft onderbouwd. Verweerder heeft ook gewezen op inconsistenties in eisers asielrelaas. Verweerder wijst er namelijk op dat het ongerijmd is dat eiser in mei 2017 zonder problemen een nieuw paspoort van het Turkse consulaat heeft ontvangen, terwijl het uitstel voor de militaire dienst drie jaar na de keuring dus in maart 2017 is verlopen en hij naar eigen zeggen op dat moment zou worden gezocht door de Turkse autoriteiten omdat hij de dienstplicht ontduikt. Ook werpt verweerder tegen dat het ongerijmd is dat verweerder zich tot de Turkse autoriteiten heeft gewend, terwijl hij op dat moment vreesde voor problemen met de Turkse autoriteiten vanwege dienstplichtontduiking.
6.1.
Eiser heeft de inconsistenties gemotiveerd betwist en heeft in beroep ook een schermafbeelding uit het e-devlet overgelegd met een beëdigde vertaling daarvan. In het e-devlet staat:
“U wordt gezocht omdat u niet ben[t] opgekomen voor de verplichte militaire registratie/keuring. U moet de keuringsprocedure uitvoeren.”Verweerder stelt zich op het standpunt dat de overgelegde schermafbeelding niet kan worden gecheckt op echtheid, maar de rechtbank is van oordeel dat eiser terecht heeft opgemerkt dat het e-devlet een elektronisch systeem is dat niet op een andere manier kan worden overgelegd. De rechtbank merkt op dat verweerder daarbij geen standpunt heeft ingenomen dat de schermafbeelding uit het e-devlet, bijvoorbeeld op basis van de opmaak, zou afwijken van het daarin gebruikelijke.
6.2.
Volgens verweerder is het daarnaast onaannemelijk dat eiser zich opnieuw moet laten keuren voor militaire dienst en dus acht verweerder de inhoud van het e-devlet tegenstrijdig met eisers stellingname dat hij al voor zijn vertrek uit Turkije medisch gekeurd is. Dat de oproep tot medische keuring tegenstrijdig zou zijn met eisers eerdere verklaringen en dat de verklaringen daarom ongeloofwaardig zouden zijn, volgt de rechtbank niet. De rechtbank is van oordeel dat het niet onaannemelijk is dat na al die jaren eiser opnieuw voor een medische keuring wordt opgeroepen. Na de door eiser gestelde eerdere keuring is immers enige tijd verstreken en dus kan intussen de medische situatie zijn gewijzigd, waardoor een nieuwe keuring niet onaannemelijk is. Het e-devlet is in zoverre dus niet tegenstrijdig met eisers verklaringen.
6.3.
Nog los van de vraag of e-devlet het hele relaas van eiser onderbouwt omtrent zijn eerdere keuring, overweegt de rechtbank dat in elk geval uit het e-devlet blijkt dat hij nu wordt gezocht. Eiser heeft er terecht op gewezen dat in de beëdigde verklaring van het bericht letterlijk staat dat eiser wordt gezocht. Verweerder heeft niet goed kunnen uitleggen waarom dat niet uit het e-devlet blijkt. Dat er in het bericht geen datum genoemd is waarop eiser zich moet melden en dat er niet instaat dat hij wordt geregistreerd als ontduiker als hij zich niet meldt, zoals verweerder aanvoert, maakt ook niet inzichtelijk waarom eiser nu niet zou worden gezocht. Als eiser nu naar Turkije terugkeert moet hij zich dus melden. De rechtbank is daarbij met eiser eens dat als hij slaagt voor de medische keuring de oproeping voor militaire dienstplicht zal volgen. Verweerders standpunt dat het bericht slechts gaat om registratie of keuring en niet om een daadwerkelijke oproeping voor de militaire dienstplicht, volgt de rechtbank dan ook niet. Derhalve moet verweerder het feit dat hij wordt gezocht voor een medische keuring in verband met de militaire dienstplicht op zwaarwegendheid toetsen. Uit het bestreden besluit blijkt echter dat verweerder dat ook heeft gedaan.
Terugkeer naar Turkije
7. In het bestreden besluit is getoetst aan in paragraaf C2/3.2.7 van de Vc. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege een godsdienstige of andere diepgewortelde overtuiging de dienstplicht heeft geweigerd of zal weigeren. Verweerder heeft de niet onderbouwde stelling van eiser dat hij bang is voor wapens, omdat zijn buurman vroeger zijn hond heeft doodgeschoten, onvoldoende mogen vinden om als gewetensbezwaar aan te merken. Verweerder heeft er daarbij ook op kunnen wijzen dat eiser heeft verklaard dat hij in dienst zou gaan als hij geen wapens zou hoeven dragen. Daarnaast heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde vrees heeft voor een onevenredige of discriminatoire bestraffing indien hij de dienstplicht niet vervult. De enkele mogelijkheid in Turkije om ontduiking van de dienstplicht te bestraffen, betekent niet dat eiser wordt vervolgd. De straffen die blijkens het Ambtsbericht Turkije 2023 en 2025 hierop staan zijn niet zodanig zwaar dat van vervolging kan worden gesproken. Bovendien heeft verweerder ter zitting toegelicht dat in Turkije de dienstplicht kan worden afgekocht en dat er dan slechts een maand een basistraining hoeft te worden gevolgd. De rechtbank is van oordeel dat van eiser verlangd kan worden dat hij dit bedrag bij elkaar spaart en een maand de basistraining volgt indien hij zijn dienstplicht wil afkopen. Met verweerder is de rechtbank daarbij van oordeel dat niet is gebleken dat eiser principieel bezwaar heeft bij het volgen van de basistraining.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat eiser evenmin een goede reden heeft gehad om niet direct bij aankomst in Nederland asiel aan te vragen, zodat verweerder hem dit heeft kunnen tegenwerpen. Dat betekent dat verweerder de asielaanvraag heeft kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond.
9. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 31, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder f en h, Vw.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.