ECLI:NL:RBDHA:2026:595
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens gelijktijdige beslissing op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 4 september 2025 is afgewezen als niet-ontvankelijk. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 1 december 2025 behandeld, waarbij zowel verzoeker, zijn gemachtigde, als de gemachtigde van de minister en een tolk aanwezig waren. Op 9 januari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL25.43156).
Omdat op dezelfde dag als de uitspraak op het beroep is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep.