ECLI:NL:RBDHA:2026:5942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoeker met Palestijnse en Syrische achtergrond
Verzoeker, een alleenstaande minderjarige, is op 7 oktober 2022 Nederland binnengekomen en heeft een asielaanvraag ingediend die op 17 februari 2023 is ingewilligd. De rechtbank heeft het verzoek tot vaststelling van staatloosheid beoordeeld op basis van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid van 7 juni 2023.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker in Nederland woont en onmiddellijk belang heeft bij het verzoek. De beoordeling richtte zich op de nationaliteitsstatus van verzoeker ten aanzien van de Palestijnse Gebieden en Syrië. Verzoeker is van Palestijnse afkomst en in Syrië geboren, met een vader van Palestijnse afkomst en een moeder met de Syrische nationaliteit.
De rechtbank concludeert dat Nederland de Palestijnse nationaliteit niet erkent, waardoor Palestijnen uit de Palestijnse gebieden als staatloos worden beschouwd. Daarnaast is het niet aannemelijk dat verzoeker de Syrische nationaliteit bezit, aangezien de nationaliteitswetgeving Syrië alleen nationaliteit doorgeeft via de vader, en verzoeker een Syrisch reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen heeft. Daarom stelt de rechtbank de staatloosheid van verzoeker vast.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is.