Uitspraak
Beschikking op het op 20 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
[de vader],
Procedure
- is aan de moeder toestemming verleend – welke toestemming die van de vader vervangt – voor de inzet van hulpverlening voor [minderjarige] ingezet door en via [zorginstantie];
- zijn partijen doorverwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling;
- is de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verzocht bij een niet positief verlopen traject te bezien of een raadsonderzoek noodzakelijk is;
- is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang, de hoofdverblijfplaats en de proceskosten aangehouden tot 1 januari 2026 pro forma.
- het e-mailbericht van Kenniscentrum Kind en Scheiding van 6 maart 2025;
- de brief van de Raad van 23 mei 2025;
- de brief van de Raad van 28 november 2025 met als bijlage het rapport en advies van de Raad te ’s-Gravenhage van 27 november 2025, kenmerk KZ-1-645T8NN.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad.
Beoordeling
- Welke gezagssituatie is het meest in het belang van [minderjarige]?
- Welke zorg-/omgangsregeling tussen de ouders en [minderjarige] is het meest in het belang van [minderjarige]?
- Is een wijziging van hoofdverblijfplaats van [minderjarige] in haar belang?
BeslissingDe rechtbank:
15 oktober 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
ten aanzien van het gezag, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang, en de proceskostenaan tot
15 oktober 2026 pro forma.