ECLI:NL:RBDHA:2026:593

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
09/817892-18
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling met twee jaar wegens aanhoudend recidiverisico en onvoldoende behandeling

Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van de terbeschikkinggestelde, die sinds 21 december 2018 ter beschikking is gesteld met verpleging van overheidswege. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie om de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen toegewezen. De terbeschikkinggestelde, geboren in 1991, verblijft in een Forensisch Psychiatrisch Centrum en heeft te maken met verschillende psychische stoornissen, waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Ondanks eerdere verlengingen van de maatregel, is het recidiverisico niet tot een aanvaardbaar niveau gedaald, wat de rechtbank noopte tot deze verlenging. De rechtbank heeft vastgesteld dat de terbeschikkinggestelde zijn behandeling heeft gestaakt en zijn toestemming voor repatriëring naar Polen heeft ingetrokken. De deskundigen hebben aangegeven dat bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling de kans op herhaling hoog is. De rechtbank oordeelt dat de terbeschikkinggestelde eerst zijn behandeling in Nederland moet doorlopen voordat een vrijwillige terugkeer naar Polen verantwoord is. De beslissing van de rechtbank is genomen in het belang van de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Parketnummer: 09/817892-18

Beslissing van 6 januari 2026

Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, op de vordering van de officier van justitie van 29 oktober 2025 om de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, in de zaak van:

[de terbeschikkinggestelde], (hierna: de terbeschikkinggestelde),

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [kliniek 1] in
[plaats] (hierna: de kliniek),
die bij vonnis van deze rechtbank van 21 december 2018 ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Dit vonnis is door het gerechtshof Den Haag vernietigd bij arrest van 8 december 2020, waarna de terbeschikkinggestelde door dit gerechtshof ter beschikking is gesteld met voorwaarden. De rechtbank Den Haag heeft bij vonnis van 27 juli 2021 beslist dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Deze maatregel is bij beslissing van deze rechtbank op 31 december 2024 met twee jaar verlengd. Het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden heeft in het daartegen ingestelde hoger beroep de verlenging van de maatregel bij beslissing van 7 augustus 2025 beperkt tot één jaar, gelet op de ontwikkelingen omtrent de repatriëring van de terbeschikkinggestelde naar Polen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die zijn vermeld in de
bijlage.

De procedure

De rechtbank heeft de vordering op 23 december 2025 ter terechtzitting behandeld.
De terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.F.M. Geeratz, is gehoord. Tevens is de officier van justitie mr. M. de Vries gehoord.
Daarnaast zijn [naam 1], GZ-psycholoog en hoofdbehandelaar, en [naam 2], adviseur repatriëring, beiden verbonden aan de kliniek, als deskundige gehoord.

Het advies van de kliniek

De kliniek adviseert tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De terbeschikkinggestelde is gediagnostiseerd met een borderline persoonlijkheidsstoornis, een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken, een waanstoornis, een hoge mate van psychopathie, een stoornis in het gebruik van alcohol en een stoornis in het gebruik van cannabis (in respectievelijk remissie en vroege remissie in gereguleerde omgeving).
In de behandeling is een antipsychoticum noodzakelijk. Vanwege bijwerkingen is de terbeschikkinggestelde op dit moment ingesteld op de laagste dosering Lurasidon.
De dosering zal worden opgehoogd indien de terbeschikkinggestelde decompenseert. Sinds de inzet van medicatie wordt gezien dat de terbeschikkinggestelde minder vijandig en meer vriendelijk en benaderbaar is. De impulsiviteit lijkt ook afgenomen te zijn en er wordt op dit moment geen (para)suïcidaal gedrag waargenomen. De terbeschikkinggestelde rapporteert hier eveneens geen gedachten, ideatie of neigingen toe.
De terbeschikkinggestelde gebruikt zijn medicatie vrijwillig, maar vindt de medicatie onnodig omdat hij van mening is dat er nu en in het verleden geen sprake is geweest van psychotische ontregeling. Derhalve lijkt ziektebesef en -inzicht voor
medicatiegebruik te ontbreken.
Sinds de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 augustus 2025 is sprake van het staken van alle behandelactiviteiten door de terbeschikkinggestelde. Daarnaast heeft hij zijn instemming voor overdracht van de maatregel door middel van het WOTS-verdrag ingetrokken. De terbeschikkinggestelde geeft te kennen zo snel mogelijk en uitsluitend vrijwillig terug te willen keren naar Polen en stelt dat de kliniek slechts één opdracht heeft en dat is zijn repatriëring.
Uit het verlengingsadvies van de kliniek volgt dat bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling de kans op herhaling hoog is.
De komende periode zal de terbeschikkinggestelde de behandeling in Nederland dusdanig moeten doorlopen dat het verantwoord is om met ambulante hulpverlening te resocialiseren in Polen, nu hij zijn instemming om de maatregel aan Polen over te dragen heeft ingetrokken. Voor een vrijwillige terugkeer dient het recidiverisico tot een aanvaardbaar laag niveau te zijn teruggebracht.
Deskundige [naam 1] heeft in aanvulling op het advies op de terechtzitting naar voren gebracht dat de terbeschikkinggestelde recent heeft toegezegd de psychotherapie weer op te gaan pakken. Er is wel een patroon in het stoppen van zijn behandeling, en daar ligt ook een risico. Een overplaatsing naar FPC [kliniek 2] kan worden overwogen, omdat verandering van omgeving en behandelteam tot een doorbraak in de behandeling zou kunnen leiden.
De deskundige [naam 2] heeft in aanvulling op het advies op de terechtzitting naar voren gebracht dat vrijwillige repatriëring naar Polen doorgaans pas aan de orde komt wanneer het de terbeschikkinggestelde toe is aan onbegeleid verlof.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde

De terbeschikkinggestelde heeft op de terechtzitting verklaard dat zijn behandeling moeizaam verloopt door de taalbarrière, waardoor hij zich niet goed kan uiten. Hij wil graag terug naar Polen. Hij heeft gesproken met een directeur van een kliniek in Polen die bereid is om zijn behandeling over te nemen. Hij zal dan onder begeleiding van een Poolse psychiater deelnemen aan een programma ‘Back to life’ en kan daar worden bezocht door familie en verloven praktiseren. Na de behandeling in de kliniek zal worden overgegaan naar ambulante behandeling.
De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft op de terechtzitting naar voren gebracht dat de terbeschikkinggestelde zou moeten worden overdragen aan een behandelverantwoordelijke in Polen. De terbeschikkinggestelde kan dan behandeling krijgen volgens Poolse wet- en regelgeving. Als de terbeschikkinggestelde dan in Polen een gevaar vormt voor zichzelf of de maatschappij, kan er civielrechtelijk worden opgetreden. Mocht hij terugvallen in strafbaar gedrag, dan kan de strafrechter optreden. De raadsman verzoekt de rechtbank om de maatregel te beëindigen onder de voorwaarde dat de terbeschikkinggestelde terugkeert naar Polen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaar.

Het oordeel van de rechtbank

Indexdelict
Blijkens het veroordelend vonnis is de maatregel van terbeschikkingstelling opgelegd
vanwege een misdrijf dat was gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de
onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon.
Stoornis en herhalingsgevaar
Op grond van het advies stelt de rechtbank vast dat de stoornissen van de terbeschikkinggestelde nog steeds aanwezig zijn. Daarnaast komt in het advies naar voren dat de kans op herhaling bij de onmiddellijke beëindiging van de maatregel groot is.
Noodzaak van de verlenging
Uit het advies van de kliniek volgt dat de terbeschikkinggestelde inmiddels zijn toestemming voor repatriëring onder het WOTS-verdrag heeft ingetrokken. Ter terechtzitting heeft de terbeschikkinggestelde bevestigd dat hij uitsluitend vrijwillig terug wil naar Polen zonder overdracht van zijn maatregel, via de procedure die is geregeld in artikel 6:6:10b Sv.
Omdat er in het geval van de vrijwillige terugkeerprocedure geen garanties zijn dat de terbeschikkinggestelde in het land van terugkeer een behandeling voor zijn problematiek zal krijgen, dient het recidiverisico tot een voor repatriëring aanvaardbaar niveau te zijn gedaald. Dit niveau is volgens de ter zitting gehoorde repatriëringsdeskundige bereikt als de terbeschikkinggestelde klaar is voor onbegeleid verlof. Om dat niveau te bereiken, is behandeling noodzakelijk.
Het gerechtshof heeft in zijn beslissing van 7 augustus 2025 geoordeeld dat vrijwillige terugkeer naar de door de terbeschikkinggestelde aangedragen kliniek praktisch mogelijk is. Tegelijkertijd is volgens het gerechtshof onvoldoende komen vast te staan dat de risico’s die hieraan verbonden zijn, voldoende worden geborgd.
Uit het advies van de kliniek volgt dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde op een aantal interventies juist is gestagneerd, al dan niet in reactie op voornoemde beslissing van het gerechtshof. De meest recente risicotaxatie laat dan ook een matig-hoog risico in zorg zien en een hoog risico bij beëindiging van de maatregel.
Naar het oordeel van de rechtbank zal de terbeschikkinggestelde zijn behandeling in Nederland eerst dusdanig moeten doorlopen dat het verantwoord is om vrijwillig terug te keren naar Polen. Daarvan is nu geen sprake.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan
wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. Beëindiging van de maatregel onder de voorwaarde van (vrijwillige) terugkeer naar Polen is op dit moment niet aan de orde, omdat de risico’s die hieraan verbonden zijn nog altijd onvoldoende zijn geborgd.
Duur van de verlenging
In voornoemde beslissing van het gerechtshof heeft hij het uitgangspunt gehanteerd dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Ook heeft het gerechtshof wenselijk geacht dat de kliniek in een volgend verlengingsadvies aandacht besteedt aan het spanningsveld tussen het recidiverisico en de meest actuele stand van zaken ten aanzien van de behandeling van de terbeschikkinggestelde enerzijds en hoe deze situatie zich verhoudt tot een terugkeer naar en behandeling in Polen anderzijds.
Uit het advies van de kliniek over de stand van zaken van de behandeling volgt juist dat de terbeschikkinggestelde alle behandelingen na de beslissing van het gerechtshof heeft gestaakt. Hoewel de terbeschikkinggestelde volgens de deskundige [naam 1] heeft toegezegd de psychotherapie weer op te pakken, biedt deze enkele toezegging onvoldoende zekerheid voor de voortgang van de noodzakelijke behandelingen. Van (blijvende) medewerking aan de noodzakelijke behandelingen om de risico’s te verminderen is derhalve geen sprake. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het afronden van de noodzakelijke behandelingen om een vrijwillige terugkeer naar Polen mogelijk te maken niet binnen één jaar is te voorzien.
Gezien de problematiek van de terbeschikkinggestelde, zijn houding ten opzichte van de behandeling, het ontbreken van samenwerking van de terbeschikkinggestelde op dat vlak en de nodige behandelduur, is een verlenging van de maatregel met twee jaar vereist.

Beslissing

De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met
twee jaar.
Aldus beslist te Den Haag door:
mr. I.C. Kranenburg, voorzitter,
mr. H.P.M. Meskers, rechter,
mr. J.J. Balfoort, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.E. Kramer, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.

Bijlage

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het vonnis van de rechtbank Den Haag van 21 december 2018, waarbij de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege werd gelast;
  • het arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 december 2020, waarbij het vonnis van de rechtbank Den Haag van 21 december 2018 werd vernietigd en de terbeschikkingstelling met voorwaarden werd gelast;
  • de beslissing van de rechtbank Den Haag van 27 juli 2021, waarbij de terbeschikkingstelling met voorwaarden werd omgezet naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege;
  • de beslissing van de rechtbank Den Haag van 31 december 2024, waarbij de terbeschikkingstelling laatstelijk met twee jaar is verlengd;
  • de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 augustus 2025, waarbij voornoemde beslissing van de rechtbank Den Haag van 31 december 2024 is vernietigd en de terbeschikkingstelling laatstelijk met één jaar is verlengd;
  • het verlengingsadvies van de kliniek van 9 oktober 2025;
  • de wettelijke aantekeningen tot en met 7 oktober 2025
  • de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 29 oktober 2025.