Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5917

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
11697049 \ RL EXPL 25-8844
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling voor dakwerkzaamheden ondanks geschil over vermeende gebreken

Op 24 augustus 2023 bracht eiser een offerte uit voor dakwerkzaamheden aan gedaagde, die niet werd geaccepteerd. Partijen kwamen mondeling overeen dat eiser enkele werkzaamheden zou uitvoeren zonder prijsafspraken. In oktober 2023 voerde eiser de werkzaamheden uit en factureerde een bedrag van €10.732,70. Gedaagde betaalde slechts de steigerkosten.

Na oplevering ontstond een geschil over de werkzaamheden en factuurbedragen. Eiser bracht een korting in mindering en stuurde een aangepaste factuur van €7.417,70. Gedaagde betwistte de kwaliteit van het werk en de redelijkheid van de prijs. Partijen spraken af dat een andere loodgieter het werk zou beoordelen, maar dit leidde niet tot een schriftelijk rapport.

De kantonrechter oordeelde dat eiser slechts zinkwerkzaamheden had verricht en dat vermeende gebreken aan andere onderdelen niet aan hem konden worden toegerekend. De gefactureerde bedragen werden als redelijk beoordeeld, mede omdat gedaagde onvoldoende onderbouwing gaf voor het tegendeel. Eiser kreeg recht op betaling van het openstaande bedrag, wettelijke rente, en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande factuurbedrag, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
SJ/bc
Zaaknummer: 11697049 \ RL EXPL 25-8844
Vonnis van 10 februari 2026
in de zaak van
[eisende partij] h.o.d.n. [handelsnaam],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: Armaere B.V.,
tegen
[gedaagde partij] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
gemachtigde: mr. T.M. van Dijk.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 mei 2025, met producties 1 tot en met 7,
- de conclusie van antwoord van 17 juni 2025 met producties 1 tot en met 3,
- aanvullende producties 8 tot en met 15 namens eiser,
- aanvullende producties 4 tot en met 6 namens gedaagde,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 24 augustus 2023 heeft [eisende partij] een offerte van € 44.165 inclusief BTW uitgebracht aan (de aannemer van) [gedaagde partij] voor het verrichten van werkzaamheden aan het dak van [gedaagde partij] . Deze offerte is niet geaccepteerd.
2.2.
Partijen zijn daarna mondeling overeengekomen dat [eisende partij] alsnog enkele van de werkzaamheden zou verrichten aan het dak van [gedaagde partij] . Daarbij hebben partijen geen prijsafspraken gemaakt. In oktober 2023 heeft [eisende partij] deze werkzaamheden uitgevoerd.
2.3.
Op 24 oktober 2023 heeft [eisende partij] [gedaagde partij] een factuur gestuurd voor de door hem uitgevoerde werkzaamheden tot een bedrag van € 10.732,70. Op de factuur zijn de kosten (exclusief BTW) als volgt uitgesplitst:
  • € 1.500 voor 10 weken steigerhuur;
  • € 5.354 voor levering lood en zink op maat;
  • € 36 voor hulp en klein materiaal;
  • € 1.980 voor 36 uur hoofdmonteur.
2.4.
Op 1 november 2023 heeft [gedaagde partij] alleen de kosten van de steiger (€ 1.815 inclusief BTW) aan [eisende partij] overgemaakt.
2.5.
Tussen partijen is na oplevering een geschil ontstaan over de uitgevoerde werkzaamheden en de bedragen op de factuur.
2.6.
[eisende partij] is vervolgens op 9 november 2023 terug gegaan naar het pand en heeft verschillende foto’s gemaakt van de door hem uitgevoerde werkzaamheden.
2.7.
Ook heeft [eisende partij] op 9 november aangegeven € 1.500 in mindering te zullen brengen op de factuur ter compensatie van de ongebruikte materialen. Op 12 februari 2024 heeft hij aan [gedaagde partij] een nieuwe factuur gestuurd met een aangepast bedrag voor de levering van lood en zink: € 4.114,33. Daarmee bleef een bedrag openstaan van € 7.417,70 (inclusief BTW).
2.8.
Op 14 december 2023 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [eisende partij] , [gedaagde partij] en de aannemer van [gedaagde partij] . Partijen hebben toen met elkaar afgesproken dat de werkzaamheden van [eisende partij] zullen worden beoordeeld door een andere loodgieter, waar zowel [eisende partij] als [gedaagde partij] bij aanwezig zullen zijn.
2.9.
Op 23 januari 2024 schrijft [gedaagde partij] via WhatsApp, in reactie op navraag daarover door [eisende partij] , dat er een loodgieter naar de werkzaamheden heeft gekeken. [gedaagde partij] meldt en dat met name “de punt” opnieuw moet. [eisende partij] is hier niet bij aanwezig geweest en deze andere loodgieter heeft zijn bevindingen niet op papier gezet.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert – samengevat – betaling van € 7.417,70, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, aan door hem verrichte werkzaamheden aan het dak van [gedaagde partij] .
3.2.
[eisende partij] legt aan de vordering ten grondslag dat hij werkzaamheden heeft uitgevoerd aan het zink op het dak van [gedaagde partij] en dat hij daarnaast lood en zink heeft geleverd die de aannemer(s) van [gedaagde partij] kon(den) gebruiken voor overige werkzaamheden. Omdat er van te voren geen prijsafspraken zijn gemaakt, heeft hij hiervoor een redelijke prijs in rekening gebracht. De door [gedaagde partij] aangewezen gebreken zijn geen onderdeel van de door hem uitgevoerde werkzaamheden en kunnen dus niet aan hem worden toegeschreven.
3.3.
[gedaagde partij] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde partij] voert hiertoe aan dat de door [eisende partij] uitgevoerde werkzaamheden aan de punt van het dak gebreken vertonen en dat de door [eisende partij] gefactureerde bedragen niet marktconform zijn.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Afgesproken werkzaamheden
4.1.
De kantonrechter stelt vast dat partijen zijn overeengekomen dat [eisende partij] slechts werkzaamheden aan het zink van het dak zou uitvoeren.
4.2.
In een mail van 14 december 2023, die namens [gedaagde partij] is verzonden aan [eisende partij] naar aanleiding van het gesprek dat eerder die dag plaatsvond tussen partijen en de aannemer van [gedaagde partij] , staat:

Vandaag hebben wij een bespreking gehad met [eisende partij] [lees: [eisende partij] ] waarbij gezamenlijk is besloten om een andere loodgieter het zinkwerk te laten beoordelen in aanwezigheid van [eisende partij] .
Zoals bij [eisende partij] aangegeven gaat het daarbij om het zinkwerk aan de zijde van de voorgevel en een goot onder een raam aan de achterzijde. Verder zijn er zinkdaklijsten geplaatst op een dak dat nog vernieuwd moest worden.
De rest van het zinkwerk is niet uitgevoerd en we zullen deze materialen terug op jullie werkplaats laten afgeven.”
4.3.
Hieruit blijkt dat partijen het er op dat moment over eens waren dat [eisende partij] volgens afspraak slechts zinkwerkzaamheden had uitgevoerd. In het licht van deze email heeft [gedaagde partij] onvoldoende gemotiveerd betwist dat [eisende partij] slechts werkzaamheden aan het zink zou uitvoeren.
Geen tekortkoming in de nakoming
4.4.
Volgens [gedaagde partij] zijn de werkzaamheden aan de punt van het dak gebrekkig uitgevoerd, omdat de zogenaamde loodafwerking bij oplevering nog niet was geplaatst. Zoals hiervoor overwogen blijkt uit de gemaakte afspraken dat dit niet tot de werkzaamheden van [eisende partij] behoorde. Eventuele gebreken aan de loodafwerking behoort dan ook niet tot het door [eisende partij] opgeleverde werk. Dit betekent dat er geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de uitgevoerde werkzaamheden van [eisende partij] .
Redelijke prijs
4.5.
Omdat partijen geen prijsafspraken hebben gemaakt, is [gedaagde partij] aan [eisende partij] een redelijk loon verschuldigd voor de uitgevoerde werkzaamheden. De kantonrechter is van oordeel dat de door [eisende partij] gefactureerde bedragen redelijk zijn. Er is niet betwist dat [eisende partij] de gefactureerde werkzaamheden ook daadwerkelijk heeft uitgevoerd. Bovendien heeft [eisende partij] voor de teruggeleverde materialen een korting toegepast. [gedaagde partij] betwist dat [eisende partij] een redelijke prijs heeft gefactureerd en onderbouwt dit aan de hand van een offerte van een andere aannemer. Uit die offerte kan echter niet worden opgemaakt dat de door [eisende partij] gefactureerde bedragen onredelijk zijn. Er is namelijk niet gebleken dat die offerte ziet op (alleen) dezelfde werkzaamheden en ook zijn de materiaalkosten, het uurloon en de verwachtte werkuren niet gespecificeerd. [gedaagde partij] dient daarom het door [eisende partij] na toepassing van de korting gefactureerde bedrag te voldoen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.6.
[eisende partij] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eisende partij] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eisende partij] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 745,89 worden toegewezen.
Proceskosten
4.7.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.243,35

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 7.417,70, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 8 november 2023, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 745,89 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.243,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.T.H. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.