Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
Procesverloop
Overwegingen
volledigoverzicht van de banktransacties van referent heeft overgelegd voor de periode vanaf 1 april 2023 en dat uit de wel overgelegde gedeeltelijke afschriften opvalt dat pas vanaf het moment dat verweerder om de afschriften had verzocht er regelmatige transacties voor boodschappen in Nederland zijn. Eisers uitleg dat dat komt omdat referent de boodschappen in Nederland vooral contant betaalde heeft verweerder onvoldoende kunnen achten. Uit de pinoverzichten blijkt weliswaar dat er meermaals grotere bedragen zijn gepind in België, maar hieruit volgt niet dat referent zijn dagelijkse boodschappen in Nederland hiermee heeft betaald. Andere bewijsstukken, zoals bijvoorbeeld een mogelijke lidmaatschapsinschrijving van referent in Nederland, medische stukken van referent in Nederland, bewijzen van activiteiten van referent in Nederland of post van officiële instanties, heeft eiser ook niet overgelegd. Tot slot heeft verweerder kunnen betrekken dat referent fulltime werkt in België (en Noord-Frankrijk), dat hij zich niet heeft uitgeschreven uit zijn woonplaats in België en dat zijn vrouw en kinderen nog steeds in België wonen. In samenhang hiermee bezien heeft verweerder de omstandigheid dat referent zich heeft ingeschreven in de Basisregistratie personen en dat hij, zoals hij tijdens de hoorzitting heeft verklaard, vijf avonden per week bij eiser in Nederland verblijft, onvoldoende kunnen achten om aan te nemen dat referent zijn hoofdverblijf naar Nederland heeft verplaatst.