Variantzorg B.V. heeft namens een (ex-)werkneemster een herbeoordelingsverzoek ingediend bij het UWV over het recht op een WIA-uitkering. Nadat het UWV niet binnen de wettelijke termijn had beslist, stelde Variantzorg B.V. beroep in bij de rechtbank Den Haag wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen. De rechtbank erkent dit als een bijzonder geval en verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor het nemen van een besluit wordt gehanteerd, met een maximum van negen weken na verzending van de uitspraak.
De rechtbank legt het UWV op binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen en stelt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000,- vast voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed en wordt het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 12 maart 2026 door rechter S.H. van den Ende. De rechtbank benadrukt dat bijzondere omstandigheden aanleiding kunnen geven tot afwijking van de termijnen, mits door partijen aangevoerd.