Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV dat zij niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank overweegt dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het UWV in beginsel zes weken krijgt om de medische beoordeling te verrichten en vervolgens drie weken om een besluit te nemen, in totaal dus negen weken. In dit specifieke geval was een hoorzitting met een verzekeringsarts gepland op 10 februari 2026, waarna het UWV binnen drie weken een besluit moest nemen. Gezien de verstreken tijd bepaalt de rechtbank dat het UWV binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van € 467,- aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gebaseerd op eerdere jurisprudentie over termijnen bij medische beoordelingen door het UWV.