ECLI:NL:RBDHA:2026:5871
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag Syriër door minister
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 13 februari 2024 een asielaanvraag in bij de minister van Asiel en Migratie. De minister heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden beslist. Door een besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië, ingesteld op 14 december 2024, is de beslistermijn verlengd met een jaar, waardoor een termijn van achttien maanden geldt.
Eiser stelde op 4 september 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen, nadat hij op 19 augustus 2025 een ingebrekestelling had gestuurd en de minister niet binnen twee weken had beslist. De rechtbank oordeelt dat de minister de maximale beslistermijn van 21 maanden inmiddels heeft overschreden.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 7.500 opgelegd voor elke dag dat de minister in gebreke blijft. De minister wordt ook veroordeeld in de proceskosten van € 934 die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de minister binnen acht weken alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag en legt een dwangsom op bij overschrijding.