Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer: [v-nummer],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
niet-ontvankelijk verklaren.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 25 februari 2024 een asielaanvraag in. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde daarom twee beroepen in tegen het niet tijdig beslissen, waarvan het eerste op 10 september 2025 en het tweede op 27 december 2025.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn door het besluitmoratorium voor Syrië, ingesteld op 14 december 2024, met een jaar is verlengd, waardoor de termijn in totaal achttien maanden bedraagt. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en verklaart het eerste beroep gegrond en het tweede beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank beveelt verweerder binnen acht weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser ter hoogte van €934. Het verzoek om vaststelling van de verbeurde bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens overschrijding van de beslistermijn en beveelt verweerder binnen acht weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.