De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 13 maart 2027, omdat ondanks positieve stappen van de ouders er nog steeds ernstige zorgen zijn over het gedrag en de schoolgang van de minderjarige. De minderjarige vertoont sterk zelfbepalend gedrag, weigert naar school te gaan en heeft een risicovol sociaal netwerk dat kan leiden tot justitiële problemen. De ouders slagen er onvoldoende in om consequent grenzen te stellen, en eerdere gezinsondersteuning bleek onvoldoende.
De moeder stemde in met de verlenging en gaf aan dat de hulpverlening beperkt van de grond kwam, mede door een mismatch met de coach en strafrechtelijke verdenking tegen de minderjarige. De kinderrechter constateerde dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd, vooral door schoolverzuim en politiecontacten. De hulpverlening moet worden voortgezet en een passende coach toegewezen om terugkeer naar regulier onderwijs mogelijk te maken.
De kinderrechter besloot de ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct geldt ook bij hoger beroep. De uitspraak werd gedaan op 10 maart 2026 door kinderrechter N.B. Haverhoek.