ECLI:NL:RBDHA:2026:5855
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek van verzoeker op 13 augustus 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Verzoeker heeft daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL25.39360) reeds is behandeld en een uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan op 17 maart 2026 en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.