ECLI:NL:RBDHA:2026:5848

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
11751377 \ EJ VERZ 25-82840
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 onder a BWArt. 7:669 lid 3 onder h BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst wegens boventalligheid en h-grond

Serco verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wegens boventalligheid, gebaseerd op het vervallen van zijn functie als Logistics Officer en het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden. [verweerder] voerde verweer dat zijn werkzaamheden bleven bestaan en dat Serco onvoldoende had ondernomen om hem te herplaatsen, terwijl een collega met minder anciënniteit zijn functie overnam.

De kantonrechter oordeelde dat Serco niet had aangetoond dat de arbeidsplaats van [verweerder] was vervallen, mede omdat de functie feitelijk was ingevuld door een andere werknemer. Ook ontbrak een onderbouwing waarom het bedrijfseconomisch noodzakelijk was om juist deze werknemer te laten vertrekken. De verschillen tussen de functies van de betrokken werknemers waren onvoldoende toegelicht.

Daarnaast werd het verzoek tot ontbinding op grond van de h-grond afgewezen, omdat Serco niet aannemelijk had gemaakt dat de situatie van langdurige werkloosheid van [verweerder] bedrijfseconomisch onhoudbaar was. De kantonrechter hoefde daardoor niet te oordelen over de herplaatsingsinspanningen of de voorwaardelijke tegenverzoeken van [verweerder].

Serco werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter I.F. Dam op 11 maart 2026.

Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens boventalligheid wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het vervallen van de functie en bedrijfseconomische noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

IFD/JL (D)
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
Zaaknummer: 11751377 \ EJ VERZ 25-82840
Beschikking van 11 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SERCO NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Katwijk,
verzoekster,
hierna: Serco,
gemachtigden: mr. K. van Kranenburg-Hanspians en mr. S. van den Born,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder,
hierna: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. B.D. Meijer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 17 juni 2025 met producties 1 tot en met 21;
- de brief van 15 juli 2025 met producties 22 tot en met 36 van mr. Van Kranenburg-Hanspians;
- het verweerschrift met voorwaardelijke tegenverzoeken met producties 1 tot en met 3;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 16 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitaantekeningen van de gemachtigden van partijen ten behoeve van de mondelinge behandeling van 16 juli 2025;
- de akte indienen producties van 14 juli 2025 met producties 4 tot en met 10 van [verweerder] ;
- de brief van 30 september 2025 met producties 11 tot en met 15 van [verweerder] ;
- de akte uitlating aanvullende herplaatsingsmogelijkheden tevens reactie op [verweerder] van 15 oktober 2025 van Serco.
1.2.
Ten slotte is uitspraak (nader) bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Serco is een uitleenbureau dat arbeidskrachten ter beschikking stelt aan de European Space Agency (hierna: ESA) middels hierover met ESA gesloten raamovereenkomsten, waaronder het EFC2-contract. De terbeschikkingstelling van werknemers aan ESA vindt plaats op basis van Manpower Assignment Scheme (hierna: MAS) dan wel op basis van Service Provision Scheme (hierna: Service).
2.2.
ESA is een op 30 mei 1975 bij Verdrag opgerichte internationale, intergouvernementele organisatie.
2.3.
[verweerder] , geboren op [geboortedatum] 1974, is op 1 januari 2001 bij Sapienza Consulting Ltd (hierna: Sapienza) in dienst getreden. Hij is op die datum tewerkgesteld bij het European Research and Technology Centre (hierna: ESTEC), de standplaats van ESA in Noordwijk, in de functie van ‘Logistics and Exhibition Support Officer’. Daarvoor (vanaf 9 februari 1998) werkte [verweerder] via Metier Plancon B.V. bij ESA.
2.4.
Per 1 april 2009 hebben Sapienza en [verweerder] een herziene arbeidsovereenkomst gesloten. Daarbij is de functienaam van [verweerder] gewijzigd in ‘Technical Officer Services for Logistics, Production and Exhibitions’.
2.5.
Per 1 januari 2021 is [verweerder] in dienst getreden bij Sapienza Consulting B.V. (hierna: Sapienza NL). De arbeidsovereenkomst met Sapienza is op die datum geëindigd.
2.6.
Op 15 december 2021 is de arbeidsovereenkomst van 1 januari 2021 herzien. Op basis van die herziening is [verweerder] bij ESA tewerkgesteld in de functie van ‘Programme/Project Controller’. In de door partijen ondertekende arbeidsovereenkomst is in artikel 3 vermeld Pro dat Sapienza NL zich het recht voorbehoudt om eenzijdig de werkomschrijving aan te passen na consultatie van de werknemer en schriftelijk bevestigd. Verder is in artikel 4 vermeld Pro dat de werknemer is toegewezen aan de cliënt voor de duur van de overeenkomst tussen de cliënt en Sapienza NL. Bij de arbeidsovereenkomst is een werkomschrijving voor de functie van ‘Programme/Project Controller’ gevoegd (productie 2 bij verzoekschrift). Deze opdracht van ESA aan Sapienza NL liep tot 31 december 2022.
2.7.
Het laatstverdiende loon van [verweerder] bedroeg € 7.240,61 per maand.
2.8.
Op 20 december 2022 heeft Sapienza NL aan [verweerder] bericht dat er onder het EFC2-contract een nieuwe overeenkomst voor de Logistic Services is gegund. Verder vermeldt zij:
“This letter is to confirm that under this new service, effective 01 Januari 2023, you have a new assignment, and your new job title is Inventory Control Transport and Logistic Officer”.Bij die brief is voorts een werkomschrijving gevoegd, waarin onder andere staat dat [verweerder] rapporteert aan [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Verder staat bij ‘Qualifications’ onder andere:
“Master’s degree or equivalent qualification”. [verweerder] heeft de brief niet voor akkoord getekend.
2.9.
Voorafgaand aan de brief heeft Sapienza NL aan ESA een voorstel gedaan voor een contract onder Service naar aanleiding van een Work Order van ESA: ‘Financial, Management and Administrative Proposal for WP BMC-31 Logistics Service’ (productie 6.15 bij het verzoekschrift). In het opgenomen organogram is [verweerder] als ‘Logistics and Transport and Transport Consultant’ vermeld. Verder zijn drie anderen genoemd, namelijk [naam 2] als ‘Service Manager’, [naam 3] (hierna: [naam 3] ) eveneens als ‘Logistic and Transport and Transport Consultant’ en [naam 4] (hierna: [naam 4] ) als ‘Logistic Communication Consultant’. Op pagina 20 is vermeld wat [verweerder] aan werkzaamheden zal verrichten, waaronder ‘Key Personnel’, hetgeen alleen bij [verweerder] het geval is. Eveneens voorafgaand aan de brief heeft op 13 december 2022 een vergadering plaatsgevonden waarin [naam 2] is voorgesteld en informatie is gegeven over het voorstel. Tijdens deze vergadering is verteld dat het voorstel is geaccepteerd en zal worden uitgevoerd.
2.10.
[naam 1] is tot 1 mei 2023 werkzaam geweest als ‘Service Manager’. Op die datum is zij vervangen door [naam 5] (hierna: [naam 5] ). In het ‘WP BMC-31 Logistics Service-Business Continuity proposal’ van 23 maart 2023 is [naam 5] voorgesteld als nieuwe ‘Service Manager en Key Personnel’
“in addition to the current service team”(productie 6.17 bij het verzoekschrift). In het opgenomen organogram is [naam 5] bovenaan vermeld en daaronder [verweerder] , [naam 3] , [naam 4] en nogmaals [naam 5]
2.11.
Op 9 november 2023 heeft ESA aan Sapienza NL bericht dat er minder
“effort for launch preparations”nodig zijn omdat de volgende grote ‘science mission’ pas zal worden gelanceerd in 2027. Verder vermeldt zij: “
During the past year, it has become evident that the nature of the service and the required interfaces of this work package do not entirely fit within Logistics Service. It has therefore been decided to close this Work Package with the date of 31 December 2023.
Your proposal for the above shall be submitted via esa star as soon as possible but not later than 1 December 2023 and shall consist om the management and financial proposal to reflect the above changes.”(productie 4.6 bij het verzoekschrift).
2.12.
Op 20 november 2023 heeft [naam 6] (hierna: [naam 6] ), ‘Operations Director’ bij Sapiena NL, aan ESA voorgesteld om het logistieke servicevolume te beperken tot alleen het sleutelpersoneel (productie 6.18 bij het verzoekschrift). Volgens hem zou het bestaande team vanaf 31 december 2023 worden verminderd met twee niet-sleutelpersoneelsleden, namelijk [verweerder] en [naam 3] . [naam 5] zou de activiteiten blijven leveren met een verminderde werklast omdat er pas in 2027 grote lanceringen gepland zijn.
2.13.
Op 22 november 2023 heeft ESA het voorstel van Sapienza NL geaccepteerd.
2.14.
Bij brief van 29 november 2023 heeft Sapeinza NL aan [verweerder] bericht dat de opdracht bij ESA op 1 januari 2024 zal eindigen, als gevolg waarvan de werkzaamheden verminderen en de detachering bij ESA wordt beëindigd (productie 4.7 bij het verzoekschrift). Zij vermeldt onder andere: “
Due to a change in the Agency’s support requirements, the Logistic service under work package BMC-31 will be reduced. Therefore, your service as Inventory Control Transport and Logistic Officer (RT-S/SCI/MC/00193) will no longer be required/exist”.
2.15.
Sinds 1 januari 2024 voert [verweerder] geen werkzaamheden meer uit. Serco betaalt zijn loon door.
2.16.
Bij brief van 8 januari 2024 is [verweerder] medegedeeld dat Sapienza NL gefuseerd is met Serco en dat onder de naam Serco verder zal worden gegaan.
2.17.
Op 15 april 2025 heeft het UWV aan Serco toestemming onthouden om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te zeggen.

3.Het geschil

3.1.
Serco verzoekt - samengevat - om de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst zo spoedig mogelijk te ontbinden met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.
3.2.
Serco legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [verweerder] sinds januari 2024 boventallig is omdat zijn functie van Logistics Officer is komen te vervallen en er geen herplaatsingsmogelijkheden voor hem zijn. Haar verzoek is gebaseerd op de artt 7: 669 lid 1 en 3 onder a dan wel onder h BW.
3.3.
[verweerder] voert gemotiveerd verweer. Volgens [verweerder] is zijn functie, althans zijn de logistieke, inventaris en transportwerkzaamheden, blijven bestaan maar heeft Serco die werkzaamheden gegund aan de heer [naam 5] . In de brief van 23 november 2023 maakt Serco niet duidelijk waarom een afdeling van drie ( [verweerder] , [naam 3] en [naam 5] ) wordt teruggebracht naar één en waarom [verweerder] als werknemer met de meest anciënniteit moet vertrekken. Voorts stelt [verweerder] dat Serco onvoldoende herplaatsingsinspanningen heeft verricht en meent hij dat twee opzegverboden van toepassing zijn.
3.4.
[verweerder] heeft voorwaardelijke tegenverzoeken ingediend voor het geval het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen. In dat geval verzoekt [verweerder] om toekenning van een transitievergoeding van primair € 173.189,00 en subsidiair € 67.322,00, en een billijke vergoeding van primair € 698.865,36 en subsidiair € 288.963,96. Alle bedragen zijn brutobedragen.
3.5.
Serco heeft verweer gevoerd tegen de voorwaardelijke tegenverzoeken van [verweerder] .
3.6.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

Uitgangspunt
4.1.
Uitgangspunt is dat de werkgever de arbeidsovereenkomst kan opzeggen indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is. Onder een redelijke grond wordt verstaan het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of het, over een toekomstige periode van ten minste 26 weken bezien, noodzakelijkerwijs vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering (artikel 7:669 lid 1 en Pro lid 3 onder a BW).
Geen ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 onder Pro a BW
4.2.
Volgens Serco is de functie van [verweerder] vervallen doordat bij ESA de lanceringen pas weer in 2027 gaan plaatsvinden. Er zijn volgens haar geen werkzaamheden voor [verweerder] . [verweerder] voert hiertegen aan dat Serco niet heeft uitgelegd/onderbouwd waarom hij uit zijn functie wordt ontheven ten gunste van zijn onervaren collega [naam 5] . Serco legt volgens hem niet uit waarom dat ten dienste staat van een doelmatige bedrijfsvoering. Bovendien legt Serco niet uit dat het in dienst houden van manager [naam 5] doelmatig zou zijn, als er geen team meer is om te managen.
4.3.
De kantonrechter stelt [verweerder] hier in het gelijk. Naar haar oordeel heeft Serco niet onderbouwd op welke grond zij op 20 november 2023 [naam 5] aan ESA heeft voorgesteld en niet [verweerder] . In de brief van 20 november 2023 wordt voorgesteld het sleutelpersoneel te benoemen; kennelijk ziet men over het hoofd dat ook [verweerder] ‘Key Personnel’ is, zoals Sapienza NL zelf heeft geschreven in het achter randnummer 2.9. genoemde voorstel. Sterker nog, de voorganger van [naam 5] was geen ‘Key Personnel’, terwijl niet duidelijk is om welke reden [naam 5] dat wel is. Maar ook uitgaande van de twee ‘Key Personnels’ [verweerder] en [naam 5] , had [verweerder] voorrang moeten krijgen. Hij was immers veruit het meest ervaren en had uitstekende beoordelingen van ESA ontvangen. Serco heeft niet uitgelegd waarom zij voorrang heeft gegeven aan [naam 5] . Zij heeft dus niet aangetoond dat de arbeidsplaats van [verweerder] is vervallen, want zij heeft die arbeidsplaats ingevuld met [naam 5] . Dat daarbij bedrijfseconomische omstandigheden een rol spelen, heeft zij evenmin onderbouwd.
4.4.
Volgens Serco verschillen de werkzaamheden van een ‘Service Manager’ van die van een ‘Programme/Project Controller’. Serco heeft echter niet uitgelegd wat het verschil tussen beide functies is. Serco heeft functieomschrijvingen overgelegd als producties 2 en 28. Het is echter niet aan de kantonrechter om eigenhandig deze beschrijvingen naast elkaar te leggen en te vergelijken. Dat behoort tot de stelplicht van Serco. Voorts heeft de gemachtigde van Serco op de zitting geantwoord op de vraag van de kantonrechter wat er anders is aan de werkzaamheden van [naam 5] : het dagelijks overleg, technische onderdelen, managen en organiseren. [verweerder] stelt in dit verband terecht dat een manager zoals [naam 5] niet nodig is als het team wordt gereduceerd tot één werknemer. Dan is het niet doelmatig om een manager aan te houden. Serco onderbouwt niet waarom dit doelmatig zou zijn. Voorts is onduidelijk wat [naam 5] dan controleert. Ten slotte heeft [verweerder] gesteld dat hij [naam 5] heeft ingewerkt; hierop baseert hij dat [naam 5] dezelfde werkzaamheden verricht.
4.5.
Serco stelt ook nog dat [verweerder] niet over een academische titel beschikt. In de achter randnummer 2.8. genoemde brief is vermeld dat als ‘Qualifications’ een ‘Master’s degree’ of vergelijkbaar vereist is. Tevens is duidelijk dat [verweerder] daarover niet beschikt, terwijl hem desondanks de betreffende functie wordt gegund. Serco legt niet uit waarom het ontbreken van een academische titel later een probleem zou zijn voor het tewerkgesteld zijn bij ESA.
4.6.
Uit het voorgaande volgt dat Serco niet heeft onderbouwd dat de arbeidsplaats van [verweerder] is vervallen, of dat zij wegens doelmatige redenen in zijn plaats [naam 5] moest aanstellen. Het verzoek gegrond op artikel 7:669 lid 3 onder Pro a BW zal de kantonrechter daarom afwijzen.
Geen ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 onder Pro h BW
4.7.
Ter onderbouwing van haar verzoek gebaseerd op dit wetsartikel stelt Serco: “
[verweerder] (zit) ondertussen bijna 18 maanden op de bank bij Serco zonder dat zicht is op een nieuwe functie via Serco voor [verweerder] . Deze situatie kan ook bedrijfseconomisch gezien niet langer voortduren”.
4.8.
Ook het ontbindingsverzoek gegrond op voornoemd wetsartikel zal de kantonrechter afwijzen. [verweerder] heeft geen werk, omdat Serco zijn werk aan een collega heeft gegund zonder dat daar een goede reden voor is. Bovendien onderbouwt Serco op geen enkele manier waarom dit bedrijfseconomisch niet langer kan voortduren.
Herplaatsing
4.9.
Indien Serco de door [naam 5] verrichtte werkzaamheden aan [verweerder] had toebedeeld, was er geen grond geweest voor zijn herplaatsing. Uit het voorgaande volgt dus dat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling van de herplaatsingsinspanningen.
Voorwaardelijke tegenverzoeken
4.10.
De tegenverzoeken zijn ingesteld onder de voorwaarde dat de kantonrechter het ontbindingsverzoeken toewijst. De kantonrechter zal het ontbindingsverzoek afwijzen, zodat de voorwaarde van de tegenverzoeken niet is vervuld en derhalve geen beoordeling behoeft.
Proceskosten
4.11.
Serco is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verweerder] worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 1.154,00
- nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening)
--------------
Totaal € 1.298,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van Serco af,
5.2.
veroordeelt Serco in de proceskosten van € 1.298,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Serco niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.F. Dam en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.