ECLI:NL:RBDHA:2026:5847
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Opheffing grensdetentie wegens onevenredige belasting door kwetsbaarheid eiseres
Eiseres, een vrouw met de Colombiaanse nationaliteit, werd op 29 januari 2026 in grensdetentie geplaatst op grond van artikel 6 lid 3 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Tijdens de zitting op 17 februari 2026 verklaarde eiseres dat zij ernstige gezondheidsklachten ervaart, waaronder stress, slaapproblemen, hoofdpijn, maagzuur en toegenomen paniekaanvallen. Zij is onder behandeling bij een psycholoog in Argentinië, maar kan deze behandeling niet online voortzetten omdat zij in detentie geen laptop of telefoon krijgt verstrekt.
De rechtbank stelde vast dat eiseres zichtbaar emotioneel en kwetsbaar was tijdens de zitting en achtte haar verklaringen geloofwaardig. Het beleid van de minister om geen digitale middelen in vreemdelingendetentie te verstrekken, draagt bij aan de onevenredige belasting van eiseres. Gezien haar kwetsbaarheid en de omstandigheden achtte de rechtbank het voortduren van de detentie onrechtmatig en beval de onmiddellijke opheffing van de maatregel per 17 februari 2026.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af omdat de onrechtmatigheid en opheffing van de maatregel samenvielen. Wel veroordeelde zij de minister tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €1.868,00, te betalen aan de rechtsbijstandverlener. De uitspraak werd mondeling gedaan en is openbaar bekendgemaakt op 17 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de grensdetentie wegens onevenredige belasting van eiseres en verklaart het beroep gegrond.