ECLI:NL:RBDHA:2026:5836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens ontbreken opzettelijk geweldsmisdrijf
Eiser verzocht om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens psychisch geweld en bedreiging door zijn ex-partner, wat volgens hem ernstige lichamelijke en psychische schade heeft veroorzaakt. Verweerder wees het verzoek af omdat het psychisch geweld niet als een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf in de zin van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg) wordt beschouwd.
De rechtbank bevestigt dat alleen strafrechtelijk erkende geweldsmisdrijven in aanmerking komen voor een uitkering. Psychisch geweld, zoals intimidatie, emotionele manipulatie en dreiging met het niet mogen zien van kinderen, is niet strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht en vormt daarom geen grond voor een uitkering. Eiser heeft onvoldoende objectieve aanwijzingen overlegd om aannemelijk te maken dat sprake is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
De rechtbank oordeelt dat de medische stukken onvoldoende objectief bewijs vormen omdat deze gebaseerd zijn op de eigen verklaring van eiser. Ook het feit dat er geen strafrechtelijke vervolging is ingesteld, ondersteunt de afwijzing. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen. Tevens is geen sprake van schending van het motiverings-, gelijkheids- of rechtszekerheidsbeginsel.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt afgewezen wegens ontbreken van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.