ECLI:NL:RBDHA:2026:5741
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overnamebesluit asielaanvraag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij wordt overgedragen aan Duitsland voordat op zijn beroep tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt beslist. Het bestreden besluit van 14 februari 2026 houdt in dat de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling neemt omdat Duitsland verantwoordelijk is.
De voorzieningenrechter heeft de zaak buiten zitting beoordeeld en vastgesteld dat de hoofdzaak (beroep NL26.8391) inmiddels is beslist. Hierdoor is de voorlopige voorziening overbodig geworden. Daarom is het verzoek om de voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.