Uitspraak
[de appellant],
preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats], Huis van Bewaring [stadsdeel] (hierna: de appellant).
Inleiding
De behandeling in raadkamer
Tevens is de officier van justitie mr. M. de Vries gehoord.
Rechtbank Den Haag
Op 31 oktober 2025 heeft de officier van justitie een gedragsaanwijzing opgelegd aan de appellant, die zich in voorlopige hechtenis bevindt. Deze aanwijzing houdt in dat de appellant zich moet onthouden van contact met zijn vijf dagen oude dochter en zijn partner, vanwege ernstige bezwaren van poging tot doodslag op zijn dochter en mishandeling van zijn partner. De rechtbank heeft het beroep van de appellant op 6 januari 2026 behandeld. De appellant, bijgestaan door zijn raadsvrouw, heeft aangevoerd dat de gedragsaanwijzing zijn recht op familieleven schendt en dat er geen actuele vrees is voor belastend gedrag jegens zijn dochter. De officier van justitie heeft echter betoogd dat er ernstige bezwaren zijn en dat de bescherming van de slachtoffers voorop staat. De rechtbank oordeelt dat er geen ernstige vrees bestaat voor belastend gedrag jegens de dochter, maar dat de gedragsaanwijzing ten aanzien van de partner proportioneel is. Het beroep is gegrond verklaard voor de aanwijzing met betrekking tot de dochter, maar ongegrond voor de aanwijzing met betrekking tot de partner.