Uitspraak
[de appellant],
preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats], Huis van Bewaring [stadsdeel] (hierna: de appellant).
Inleiding
De behandeling in raadkamer
Tevens is de officier van justitie mr. M. de Vries gehoord.
Rechtbank Den Haag
Op 31 oktober 2025 legde de officier van justitie aan de appellant een gedragsaanwijzing op vanwege ernstige bezwaren omtrent poging tot doodslag op zijn vijf dagen oude dochter en mishandeling van zijn partner. De gedragsaanwijzing verbood contact met beide slachtoffers voor 90 dagen. De appellant tekende beroep aan tegen deze gedragsaanwijzing, stellende dat deze disproportioneel is en zijn recht op familieleven schendt.
Tijdens de raadkamerzitting op 23 december 2025 werden de standpunten van beide partijen gehoord. De officier van justitie onderbouwde de gedragsaanwijzing met nieuwe feiten, waaronder telefonisch contact vanuit de penitentiaire inrichting met de partner, ondanks haar wens tot geen contact. De rechtbank oordeelde dat er ernstige bezwaren bestaan en dat het contactverbod jegens de partner proportioneel is vanwege de vrees voor ernstig belastend gedrag.
Ten aanzien van het contactverbod met de minderjarige dochter oordeelde de rechtbank dat vanwege haar jonge leeftijd en de voorlopige hechtenis van de appellant geen ernstige vrees voor belastend gedrag bestaat. De gedragsaanwijzing voor het contact met de dochter voldoet daarom niet aan de wettelijke vereisten. Het beroep is daarom deels gegrond verklaard, namelijk voor het contactverbod met de dochter, en ongegrond voor het contactverbod met de partner.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het contactverbod met de minderjarige dochter en ongegrond voor het contactverbod met de partner.