Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Het verzoek tot verbetering
“binnen achttien maanden na dit vonnis in elk geval absolute emissiereductiedoelen voor de gehele economie als bedoeld in artikel 4 lid 1 van Pro de Overeenkomst van Parijs in nationale regelgeving op te nemen”. Greenpeace meent dat zowel uit de overwegingen van het vonnis (onder meer rechtsoverwegingen 11.13.1 en 11.13.2) als uit de respectievelijke formuleringen van artikel 4 lid 1 en Pro artikel 4 lid 4 van Pro de Overeenkomst van Parijs volgt dat in het dictum artikel 4
lid 4van de Overeenkomst van Parijs had moeten staan en niet lid 1. In zoverre is er volgens Greenpeace sprake van een kennelijke schrijffout die zich voor eenvoudig herstel leent. Greenpeace verzoekt de rechtbank deze fout te herstellen op grond van het bepaalde in artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
binnen zes maanden na dit vonnisde (resterende) emissieruimte voor Nederland inzichtelijk te maken, artikel 31 lid 1 Rv Pro de rechtbank ruimte geeft om ambtshalve een kennelijke schrijffout in het vonnis te herstellen.
2.De beoordeling
‘fair share’) is vervat (gelet op het in rechtsoverweging 11.13.4 overwogene). De vermelding van artikel 4 lid 1 van Pro de Overeenkomst van Parijs in rechtsoverweging 12.2 van het dictum van het vonnis is dus geen kennelijke fout, zodat het verzoek tot wijziging van het vonnis op dit punt niet voor toewijzing vatbaar is.