ECLI:NL:RBDHA:2026:5738

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
NL25.58464
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000Art. 30b Vw 2000Art. 31 Vw 2000Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid biseksualiteit en onvoldoende risico terugkeer

Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met als grond dat hij biseksueel is en daardoor bij terugkeer naar zijn land van herkomst, Gambia, gevaar loopt. De minister heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser niet eenduidig is over zijn seksuele gerichtheid en zijn verklaringen niet onderbouwd zijn met objectieve documenten.

De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld ondanks het ontbreken van eiser en zijn gemachtigde bij de zitting. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de biseksualiteit van eiser niet geloofwaardig is. Ook is geen sprake van onzorgvuldige besluitvorming, aangezien de communicatie met de tolk adequaat was en eiser tijdens eerdere gehoorprocedures geen problemen met de taal heeft aangegeven.

Verder is het aan eiser om zijn aanvraagformulier juist en volledig in te vullen, wat hij niet heeft gedaan door op het formulier homoseksualiteit aan te geven terwijl hij in het gehoor verklaarde biseksueel te zijn. De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.58464

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1.2.
Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van [nationaliteit] nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] . De minister heeft met het bestreden besluit van 21 november 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Dat is gebaseerd op artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, g en h, van de Vw 2000.
1.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 17 februari 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep [2] , op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde zijn met kennisgeving vooraf niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Wat vooraf ging
2. Op 27 december 2018 heeft eiser een asielaanvraag ingediend, die niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening. Eiser zou worden overgedragen aan Italië, maar deze overdracht is geannuleerd omdat eiser met onbekende bestemming was vertrokken.
3. Eiser heeft op 23 november 2020 een asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 23 september 2021 heeft de minister de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Bij uitspraak van 3 december 2021 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, het door eiser ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met instandlating van de rechtsgevolgen [3] . Op 14 december 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak bevestigd [4] .
Het asielrelaas
4. Eiser heeft aan zijn opvolgende asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij biseksueel is. Eiser is vanwege zijn geaardheid bang om problemen te krijgen bij terugkeer.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • Identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • Eisers biseksuele gerichtheid.
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De minister heeft eisers biseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Eisers verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser is in zijn verklaringen niet eenduidig over zijn seksuele gerichtheid. De minister concludeert dat het geloofwaardige asielmotief niet voldoende is om eiser als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag aan te merken. Daarnaast heeft de minister niet aannemelijk geacht dat eiser bij terugkeer naar Gambia een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Ontvankelijkheid
6. Volgens de minister moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de zienswijze wordt herhaald en geen sprake is van een gemotiveerde betwisting van het bestreden besluit.
6.1.
De rechtbank stelt vast dat in beroep gronden zijn aangevoerd die inhoudelijk zien op onderwerpen die ook in de zienswijze naar voren zijn gebracht. In de beroepsgronden is geen sprake van een enkele verwijzing of een letterlijke herhaling en er is een nadere toelichting gegeven waaruit volgt dat en waarom eiser het niet eens is met het standpunt van de minister in het bestreden besluit. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom sprake van een gemotiveerde betwisting van het bestreden besluit en kan de zaak inhoudelijk worden beoordeeld.
Communicatie met de tolk
7. Eiser voert aan dat er sprake is van onzorgvuldige besluitvorming.
Tijdens het gehoor opvolgende aanvraag is een onjuiste tolk gebruikt. De taal Fula of Madinka/Madingo wordt in meerdere landen gesproken, maar de woorden hebben in ieder dialect niet altijd dezelfde betekenis. Partijen kunnen elkaar wel verstaan, maar de vertaling wijkt af. Eiser was op een gegeven moment zelf in de war. Eiser kon tijdens het gehoor vanzelfsprekend niet volgen wat de tolk in het Nederlands aan de IND-medewerker heeft verteld en kon eveneens niet volgen wat de IND-medewerker in het Nederlands heeft gevraagd. Eiser kon ter plekke niet horen dat de communicatie misliep, maar is afhankelijk van een tolk die uitleg geeft aan zijn woorden. Het heeft daarom geen betekenis dat de IND-medewerker meerdere malen heeft gevraagd of hij de tolk kon verstaan en eiser hierop bevestigend antwoordde. Nu de minister eiser niet in de juiste taal/dialect heeft gehoord, kan het gehoor niet de grondslag zijn voor het besluit. Eiser dient opnieuw te worden gehoord.
7.1.
Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich terecht op het standpunt dat geen sprake is van onzorgvuldige besluitvorming. De minister wijst er in dit verband terecht op dat tijdens het gehoor meerdere malen aan eiser is gevraagd of hij de tolk Fula goed kan verstaan en begrijpen. Eiser heeft daar steeds bevestigend op geantwoord. Ook heeft de hoormedewerker tijdens het gehoor aan eiser gevraagd waarom zijn antwoorden zo kort zijn, of dat te maken heeft met de tolk en of hij zich voldoende kan uiten. Toen heeft eiser verklaard dat hij de tolk goed kan begrijpen en dat dat niet het probleem is. [5] Ook anderszins is niet gebleken dat eiser tijdens het gehoor heeft aangegeven dat iets onduidelijk is of dat hij de tolk niet begrijpt. De minister heeft er verder terecht op mogen wijzen dat hoe het begrip ‘gorgignen’ ook door de tolk is vertaald, niet afdoet aan de omstandigheid dat eiser op het M35-O formulier heeft aangegeven homoseksueel te zijn, tijdens het nader gehoor heeft verklaard van beiden te houden, [6] en op de vraag of hij een seksuele relatie met een man leuker vindt dan met een vrouw heeft verklaard dat dat geen verschil maakt. [7]
Tot slot blijkt uit de gehoren die hebben plaatsgevonden naar aanleiding van eisers eerdere asielaanvragen, dat eiser gehoord is in de taal Fula en dat eiser toen niet heeft aangegeven dat hij zaken niet heeft begrepen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister geen aanleiding hoefde te zien om eiser opnieuw te horen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Aanvraagformulier
8. Eiser heeft aangevoerd dat het hem niet kan worden tegengeworpen dat hij op het aanvraagformulier voor een opvolgende asielaanvraag heeft opgeschreven dat er sprake is van homoseksualiteit. Voor het indienen van de aanvraag ontvangt eiser geen gesubsidieerde rechtsbijstand. Eiser moet op eigen kosten een tolk reserveren om te kunnen spreken met zijn gemachtigde. Hij heeft om die reden geprobeerd zijn aanvraag zo goed mogelijk te onderbouwen in het Engels, hetgeen op dit punt buiten zijn schuld mis is gegaan.
8.1.
Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Met de minister is de rechtbank van oordeel dat het aan eiser is om zijn aanvraagformulier juist en volledig in te vullen. Niet valt in te zien dat hij daarop vermeldt dat hij homoseksueel is en hij daar later in het gehoor opvolgende aanvraag op terugkomt. Zijn seksuele gerichtheid vormt immers de kern van zijn asielrelaas en is de reden geweest om zijn land van herkomst te verlaten. Het is daarom aan eiser om eenduidig te verklaren over zijn seksuele gerichtheid. Dat eiser dat niet heeft gedaan, komt voor zijn eigen rekening en risico.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers biseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig zijn.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van zijn asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Zaak NL25.58465
4.202107695/1/V2 en 202107695/2/V2
5.Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 2,6,14,21,22 en 27
6.Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 15.
7.Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 18.