Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse Unieburger, werd op 27 februari 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een risico op onttrekking aan het toezicht. Eiser voerde onder meer aan dat de ophouding onrechtmatig was en dat de informatievoorziening gebrekkig was, omdat de verkeerde juridische grondslag in de informatiefolder was vermeld.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de informatievoorziening niet volledig correct was, dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring omdat eiser voldoende mondeling was geïnformeerd in een taal die hij verstaat. Daarnaast was het risico op onttrekking aan het toezicht voldoende onderbouwd en was een lichter middel niet doeltreffend.
Eiser stelde ook dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting, maar de rechtbank vond dat verweerder alle noodzakelijke stappen had genomen, waaronder het aanvragen van een vervangend reisdocument bij de Poolse autoriteiten en het boeken van een vlucht.
Ten slotte stelde eiser dat de maatregel van bewaring getoetst had moeten worden aan het non-refoulementbeginsel, maar de rechtbank stelde vast dat dit niet vereist was omdat eiser Unieburger is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.