ECLI:NL:RBDHA:2026:5675

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL24.1346 en NL24.1347
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 AwbArt. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvragen wegens onterecht negeren gedwongen rekrutering en onmenselijke behandeling

Eisers, twee broers uit Afghanistan, vroegen asiel aan vanwege hun vrees voor de Taliban, die hen als verraders beschouwen vanwege hun hulp aan het voormalige Afghaanse leger. De minister wees hun aanvragen af en legde een terugkeerbesluit op. Eisers stelden dat zij ook vrezen voor gedwongen rekrutering en onmenselijke behandeling vanwege hun langdurig verblijf in Europa.

De rechtbank oordeelde dat de minister de gedwongen rekrutering ten onrechte niet als asielmotief heeft beoordeeld en dat ook het nieuwe asielmotief van onmenselijke behandeling onbesproken bleef omdat de minister niet op zitting verscheen. De minister had bovendien onvoldoende rekening gehouden met de cognitieve beperkingen van een van de eisers, wat leidde tot vermeende tegenstrijdigheden in hun verklaringen.

De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en gaf de minister zes weken om nieuwe besluiten te nemen, waarbij zij de asielmotieven zorgvuldig moet beoordelen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.802,- aan eisers.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvragen en draagt de minister op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de vrees voor gedwongen rekrutering en onmenselijke behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.1346 en NL24.1347
V-nummers: [v nummer 1] en [v nummer 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , eisers

(gemachtigde: mr. H.L.M. Janssen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister)

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvraag.
1.2.
Eisers hebben op 14 september 2022 afzonderlijk een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
1.3.
De minister heeft met de bestreden besluiten van 18 december 2023 de asielaanvragen afgewezen als ongegrond. Daarnaast heeft de minister aan eisers een terugkeerbesluit opgelegd.
1.4.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
1.5.
De rechtbank heeft de beroepen gelijktijdig op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en A.R. Faquiri als tolk. De minister heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2.1.
De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
2.2.
Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
3. Eisers zijn broers en hebben aan hun asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vrezen voor de Taliban omdat zij taken hebben verricht voor het Afghaanse leger tijdens het vorige regime. Deze taken betroffen kleine hand- en spandiensten zoals eten en drinken halen. De Taliban beschouwt alle personen die op enige wijze hebben samengewerkt met het vorige regime als vijanden en verraders van de islam. Daarnaast vreesden eisers, toen zij nog in Afghanistan waren, ook om als minderjarige jongens geronseld te worden door de Taliban. Bij eventuele terugkeer vrezen zij te worden opgepakt en te worden vermoord.
De bestreden besluiten
4. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
  • Identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • Eisers zijn een doelwit van de Taliban vanwege klusjes die eisers voor soldaten van het voormalig Afghaanse leger hebben uitgevoerd.
4.1.
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig. De minister vindt het niet geloofwaardig dat eisers het doelwit zijn van de Taliban vanwege de klusjes die zij hebben uitgevoerd voor het voormalig Afghaanse leger.
4.2.
Eisers hebben volgens de minister tegenstrijdige verklaringen afgelegd over de locatie van de militaire post. [eiser 1] heeft namelijk verklaard dat de post voorbij het huis van eisers alsmaar rechtdoor was, en dat hij en zijn broertje niet werden geroepen omdat zij het meest dichtbij de post woonden, maar omdat zij vaak langs liepen om wat van de winkel te halen. Terwijl [eiser 2] heeft verklaard dat de controlepost juist naast hun huis was en dat dit ook de reden was dat hij en zijn broer altijd door de soldaten werden geroepen. Ook de verklaringen van eisers wat betreft de positie van het dorp/de gemeenschap zijn ongerijmd volgens de minister. Enerzijds stellen eisers dat de meeste dorpsgenoten fanatieke moslims en pro Taliban waren, anderzijds geven eisers aan dat de dorpelingen elkaar waarschuwden voor de Taliban en dat meerdere dorpelingen hun kinderen uit angst wegstuurden uit het dorp.
4.3.
Ook de tijdlijn van het vertrek van eisers uit Afghanistan acht de minister tegenstrijdig. [eiser 2] heeft verklaard dat zij in Afghanistan nog niet werden meegenomen door de Taliban vanwege een pardon dat was uitgeroepen. Daarbij heeft [eiser 2] ook verklaard dat hij pas na zijn vertrek uit Afghanistan hoorde dat de Taliban zich niet aan dit pardon hield. [eiser 1] heeft echter verklaard dat de Taliban al in Afghanistan naar hen op zoek was en dat er huisbezoeken hebben plaatsgevonden. De minister vindt het tegenstrijdig dat [eiser 2] nooit over huisbezoeken heeft verklaard terwijl [eiser 1] dit wel heeft gedaan.
4.4.
De minister vindt het daarnaast ongerijmd dat eisers hun zieke tante bezochten, terwijl [eiser 1] heeft verklaard dat zij niet meer over straat konden lopen, omdat de Taliban iedereen aanwijst die de voormalige Afghaanse regering ondersteunde. Dat eisers hebben verklaard dat zij hun tante in het geheim bezochten, doet hier volgens de minister niets aan af. Als laatste tegenstrijdigheid meent de minister dat niet is in te zien dat eisers zonder problemen Afghanistan uit konden reizen, nu de Taliban naar hen opzoek was. Als eisers inderdaad gezocht werden door de Taliban, is het ongerijmd dat zij probleemloos met hun eigen papieren het land zouden kunnen uitreizen.
Wat vinden eisers?
5. Eisers voeren aan dat de minister ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht dat zij doelwit zijn van de Taliban.
5.1.
Volgens eisers kunnen de eventuele tegenstrijdigheden in hun verklaringen hen niet in redelijkheid worden tegengeworpen. Uit het verslag van WNV [1] van 14 juni 2023 volgt namelijk dat [eiser 2] ‘cognitief aan zijn plafond zit’. Dit leidt ertoe dat [eiser 2] in de praktijk moeite heeft om eenduidig en adequaat antwoord te geven op de aan hem gestelde vragen. Het had op de weg van de minister gelegen om nader onderzoek te verrichten naar de geestelijke gesteldheid van [eiser 2] en zijn vermogen om concrete en duidelijke antwoorden te geven, voordat geconcludeerd kan worden dat beide broers tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. In dit kader is van belang dat zowel [eiser 2] als [eiser 1] eenduidig hebben verklaard dat de problemen met de Taliban die ten grondslag lagen aan hun vlucht voortkomen uit het verrichten van hand- en spandiensten ten behoeve van de militaire post.
5.2.
Eisers vrezen om verschillende redenen om op onmenselijke wijze te worden bestraft. [2] De voornaamste reden is vanwege de steun aan de vijanden van de Taliban. Eisers zijn afkomstig uit een dorp waar men weet dat zij hand- en spandiensten hebben verricht voor een militaire post van het afgezette regime. De Taliban beschouwt alle personen die op enige wijze hebben samengewerkt met het vorige regime als verraders en vijanden van de islam. Als zij terugkeren naar Afghanistan, vrezen eisers dat de Taliban hen zal vermoorden. Een tweede reden die eisers aanvoeren is de algemene vrees voor gedwongen rekrutering en inzetting bij het plegen van terreurdaden of zelfmoordaanslagen. In dit kader wijzen eisers op het algemeen ambtsbericht Afghanistan van 2022 waaruit blijkt dat de rekrutering van kindsoldaten door de Taliban veelvuldig voorkomt. [3] Ten slotte vrezen eisers dat hun verblijf van de afgelopen jaren in Europa hen ernstige problemen zal geven als zij terugkeren. In heel Afghanistan vindt op grote schaal mensenrechtenschendingen plaats. In het geval eisers zouden terugkeren na een langdurig verblijf in Europa – een werelddeel dat door de Taliban wordt vereenzelvigd met deprivatie en algeheel moreel verval – lopen eisers een reële kans op een hardhandig verhoor door de Afghaanse veiligheidsdienst die sinds de machtsovername in handen van de Taliban is.
Wat oordeelt de rechtbank?
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat de bestreden besluiten voor vernietiging in aanmerking komen. Daarvoor is het volgende redengevend.
6.2
Eisers hebben in de beroepsgronden aangevoerd dat zij vrezen voor gedwongen rekrutering en inzetting bij het plegen van terreurdaden of zelfmoordaanslagen als zij zullen worden uitgezet naar Afghanistan. Omdat zij om veiligheidsredenen niet kunnen terugkeren naar hun dorp, zijn zij als jonge mannen zonder sociaal netwerk kwetsbaar voor rekrutering. De uitzetting zal volgens eisers ervoor zorgen dat zij overgeleverd zullen worden aan de willekeur van de plaatselijke soldaten. Er is geen enkele kans dat zij veilig terecht komen. De mate van geweld, met name willekeurig geweld blijkt volgens eisers ook uit de rapporten [4] die zij hebben overgelegd
.Ter zitting hebben eisers desgevraagd aangegeven dat zij, los van het steunen van het vorige regime, in zijn algemeenheid bang zijn voor gedwongen rekrutering.
6.3.
De rechtbank begrijpt de beroepsgrond zo dat de minister de gedwongen rekrutering ten onrechte niet als asielmotief heeft aangemerkt. Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank stelt namelijk vast dat de gedwongen rekrutering al aan de orde is gekomen in de nadere gehoren van eisers. Zo staat in het nader gehoor van [eiser 2] het volgende:
“Duidelijk. Heb ik goed begrepen dat je vreest voor rekrutering door de Taliban vanwege wat er gebeurd is met [persoon] ?
Ja.
(…)
Ik heb een korte samenvatting gemaakt van wat je hebt verteld. Deze ga ik
voorlezen en dan mag jij zeggen of je het ermee eens bent.
Je hebt verklaard dat je ongeveer twee maanden na de val van de overheid Afghanistan hebt verlaten. In het dorp ging het de ronde dat de Taliban minderjarige jongens rekruteert om ze militair te trainen maar ook seksueel te misbruiken. Jouw ouders werden hierdoor bang en adviseerden jou en je broer [eiser 1] om Afghanistan te verlaten. Jij en [eiser 1] vreesden daarnaast de gevolgen van de taken die jullie hebben verricht voor het Afghaanse leger. Bij terug keer verwacht je dat de Taliban u zal vermoorden en anders zal dwingen dat je je moet aansluiten.”
In het gehoor van [eiser 1] staat het volgende:
“Op wat voor manier gingen ze mensen ronselen. Gingen ze alleen langs huizen of liep je ook gevaar als je op straat liep?
Overal waar ze mensen te pakken konden krijgen pakten ze mensen op en namen ze hun mee.
Voor wie vrees je?
Door de Taliban. Iedereen die bij de autoriteiten gewerkt heeft of geholpen heeft loopt risico.
(…)
Was dit omdat ze specifiek jou en jouw broertje moesten hebben, of was het omdat jullie jonge jongens waren die een doelwit waren van de Taliban?
ze zochten wel in het algemeen jongeren, maar naar ons waren ze specifiek op zoek omdat we de voormalige autoriteiten hielpen dus zo liepen wij meer risico.
Ik heb een samenvatting gemaakt van wat je hebt verklaard.
Voor de machtsovername van de Taliban hielpen jij en je broertje wel eens mensen van het voormalige leger die op een post naast jullie dorp werkten. Jullie brachten eten en drinken indien ze hier om vroegen. Dit hebben jullie ongeveer een jaar gedaan.
Na de machtsovername van de Taliban in augustus 2021 werd het onrustig en werden mensen die samen hebben gewerkt met de voormalige autoriteiten opgepakt. Ook was er in die tijd een buurjongen geronseld en meegenomen door de Taliban. Je vader is gewaarschuwd vanwege dat jullie, zijn zonen, ook doelwit zijn. Hierom zijn jullie uiteindelijk gevlucht uit Afghanistan. Je vreest voor de Taliban en om geronseld te worden om bijvoorbeeld een aanslag te moeten plegen. Bij eventuele terugkeer vrees je te worden opgepakt en vermoord.”
6.4
Gelet op de verklaringen van eisers had de minister moeten ingaan op de gestelde vrees voor gedwongen rekrutering. Door dit niet te beoordelen in de bestreden besluiten is sprake van een zorgvuldigheidsgebrek en motiveringsgebrek. De minister heeft geen verweerschrift ingediend en was ook niet op zitting aanwezig om hierover een standpunt in te nemen. Het beroep is om die reden alleen al gegrond.
6.5.
Daarnaast hebben eisers in de beroepsgronden aangevoerd dat zij vrees hebben voor een onmenselijke behandeling omdat eisers al lang in Europa zijn. Ter zitting hebben eisers toegelicht dat zij een andere interpretatie hebben van de islam, in de zin dat zij bijvoorbeeld tolerant zijn naar vrouwen. Deze tolerantie wordt door de Taliban als goddeloos beschouwd. Eisers menen hierdoor een reële kans op een hardhandig verhoor door de Afghaanse veiligheidsdienst te lopen.
6.6.
De rechtbank stelt vast dat dit een nieuw asielmotief is, dat in beroep naar voren is gebracht. De rechtbank overweegt dat asielzaken ex-nunc worden getoetst. De rechtbank is van oordeel dat de goede procesorde zich er niet tegen verzet dit asielmotief bij de beoordeling te betrekken aangezien eisers dit asielmotief al in de gronden van beroep van februari 2024 hebben aangevoerd. Nu de minister geen verweerschrift heeft ingediend en ook niet op zitting is verschenen, heeft dit tot gevolg dat (ook) dit asielmotief onbesproken is gebleven. Ook hierom is het beroep gegrond.
6.7.
De bestreden besluiten worden dus vernietigd. De minister zal eisers over bovengenoemde asielmotieven moeten horen. In dat verband merkt de rechtbank nog het volgende op. Uit de verslagen van de gehoren van eisers volgt dat het horen in Pashto niet optimaal verliep. Eisers hebben op zitting ook verklaard dat de communicatie met de tolk tijdens de gehoren soms lastig verliep. De rechtbank geeft de minister mee om hier bij het opnieuw horen aandacht aan te besteden en te bezien of een tolk Kohistani mogelijk is.

Conclusie en gevolgen

7.1.
De beroepen zijn gegrond en de rechtbank vernietigt de bestreden besluiten. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van zes weken.
7.2.
Omdat de beroepen gegrond zijn, moet de minister de proceskosten van eisers vergoeden. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.802,- omdat de gemachtigde van eisers twee beroepschriften heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wechsler Non Verbal is een vorm van een IQ test.
2.In de zin van artikel 3 van Pro het EVRM (Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden).
3.Algemeen ambtsbericht Afghanistan, maart 2022, pag. 61.
4.Het rapport van Asylos “Afghanistan: The situation of individuals who worked for the former government, international forces, or the judiciary under the Islamic Republic of Afghanistan (2004-2021)” van oktober 2025 en de Brief van VNW Landeninformatie Afghanistan “medewerkers voormalige Afghaanse overheid en familieleden” van 12 maart 2025.