ECLI:NL:RBDHA:2026:5655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken gegronde vrees voor vervolging in Gambia
Eiser heeft op 28 januari 2024 een asielaanvraag ingediend wegens mishandeling en bedreiging door zijn vader in Gambia nadat hij een Koranschool had verlaten. De minister wees de aanvraag op 20 november 2025 af omdat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade zou lopen.
De rechtbank behandelde het beroep op 17 februari 2026 en beoordeelde het asielrelaas en de beroepsgronden van eiser. Eiser stelde dat hij onvoldoende bescherming kon krijgen in Gambia, mede vanwege de gebrekkige toepassing van de Domestic Violence Act 2013 en het ontbreken van een netwerk en middelen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet alle beschermingsmogelijkheden in Gambia had uitgeput, zoals het benaderen van sociale instanties, en dat het ontbreken van een netwerk en middelen niet automatisch een verhoogd risico op vervolging oplevert. Ook de zorgen van de Verenigde Naties over de toepassing van de wetgeving waren onvoldoende om de afwijzing te vernietigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de asielaanvraag. De minister hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag.