Eiseres heeft op 22 oktober 2025 een verzoek ingediend voor herbeoordeling van het recht van een (ex-)werknemer op een WIA-uitkering. Nadat het UWV niet tijdig op dit verzoek had beslist, stelde eiseres het UWV op 23 december 2025 in gebreke en diende zij op 16 januari 2026 beroep in wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV en de noodzaak van een medisch advies, kwalificeert deze situatie als een bijzonder geval. De rechtbank legt daarom een termijn van negen weken op waarbinnen het UWV de medische beoordeling moet verrichten en een besluit moet nemen.
De rechtbank bepaalt dat het UWV een dwangsom van €100 per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is verzonden aan partijen op 11 maart 2026.