ECLI:NL:RBDHA:2026:5608

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL26.2146
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55d AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Minister moet binnen vier weken opnieuw beslissen op opvolgende asielaanvraag na termijnoverschrijding

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar opvolgende asielaanvraag van 3 juli 2024. De minister had deze aanvraag op 13 juni 2025 niet-ontvankelijk verklaard, maar dit besluit werd door de rechtbank op 1 oktober 2025 vernietigd met de opdracht aan de minister om binnen zes weken opnieuw te beslissen.

De minister heeft echter niet binnen deze termijn een nieuw besluit genomen, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is verklaard. De rechtbank stelt een kortere beslistermijn van vier weken vast, passend bij de situatie van termijnoverschrijding.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-.

De uitspraak is gedaan zonder zitting, na instemming van partijen, en is openbaar gemaakt op 17 maart 2026 door rechter A.G.D. Overmars.

Uitkomst: De minister moet binnen vier weken opnieuw beslissen op de opvolgende asielaanvraag en betaalt een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.2146

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
mede namens de minderjarige kinderen:

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd opnieuw zou hebben beslist op de opvolgende asielaanvraag van 3 juli 2024.
1.1
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft
gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De minister heeft bij besluit van 13 juni 2025 de opvolgende asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraak van 1 oktober 2025 (NL25.26438) dat besluit vernietigd en de minister opgedragen om binnen zes weken een nieuw besluit op de asielaanvraag te nemen.
3. De minister heeft niet binnen deze termijn opnieuw beslist. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen zoals deze, waarin een eerder opgelegde beslistermijn is overschreden, een kortere beslistermijn passend is. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van vier weken een besluit moet nemen.
5. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-. [2]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgen en de minister binnen vier weken alsnog een besluit moet nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiseres een dwangsom verschuldigd.
7. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. [3]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op om binnen vier weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.