Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Samenvatting
2.De procedure
3.De feiten
Het navolgende bericht ontving ik van mijn medisch adviseur naar aanleiding van het telefonische overleg met uw medisch adviseur.
Het gehele NPO rapport van gezondheidszorgpsycholoog [naam 1] (en dus niet alleen de samenvatting) moet naar MAA en [naam 4] , die onder die voorwaarden akkoord is bevonden.
Vanuit medisch perspectief is dat wat mij betreft akkoord, op voorwaarde (en die toezegging heb ik gekregen) dat dit rapport niet naar juristen gaat
Orthepedische expertise bij [naam 2] .”
Er werd tevens een neuropsychologisch onderzoek bij Prof [naam 4] aangevraagd, u gelieve te wachten met het uitvoeren van de expertise en opstellen van uw conceptrapport tot u over het (concept) neuropsychologisch onderzoeksrapport beschikt, teneinde de onderstaande vragen gedocumenteerd te kunnen beantwoorden.”
De diagnose op mijn vakgebied luidt: trauma capitis met als gevolg een fractuur van het os temporale met ter plekke een epiduraal hematoom. Op grond van de anamnese en na bestudering van het medisch dossier heb ik geen aanknopingspunten voor een commotio of contusio cerebri. Betrokkene is niet bewusteloos geweest, er is geen amnesie voor het ongeval, evenmin is er sprake van een retrograde of posttraumatische amnesie. De verrichte CT-scans van de schedel tonen een klein epiduraal hematoom, zonder onderliggende contusiehaard(en). Als restklachten zijn er voornamelijk cognitieve klachten, met name vermoeidheid, geheugenklachten en concentratiestoornissen, en klachten van hoofdpijn, en klachten van de linkerarm/schouder. Bij het neurologisch onderzoek zijn er geen aanwijzingen voor een lesie van het centrale of het perifere zenuwstelsel.
Noch uit de anamnese, noch uit de aan mij verstrekte gegevens uit het medisch dossier blijkt dat er spake is geweest van bewustzijnsverlies, van een amnesie voor het ongeval, of een retrograde, of van een posttraumatische amnesie. Er zijn geen aanwijzingen dat er sprake is geweest van “contusioneel gedrag”. Ze heeft zittend in de ambulance zelf naar huis gebeld.
Mijn tweede argument is dat bij mijn anamnese en onderzoek mij niets is gebleken van een alertheidsstoornis, of van een toenemende traagheid welke optreedt in de loop van het onderzoek. De aandacht van betrokkene was goed te trekken en te behouden gedurende het gesprek en het neurologische onderzoek. Het geheugen was in korte en lange termijn ongestoord, en het kostte ook niet evident moeite (biografische) gegevens te herinneren. Ook meer recente gebeurtenissen werden duidelijk weergegeven, hetgeen ook gold wanneer gerefereerd werd aan onderwerpen die eerder tijdens het gesprek aan bod kwamen. Een vertraging van de centrale informatieverwerking op het niveau van een bradyfrenie, zoals de neuropsycholoog meldt, heb ik tijdens mijn anamnese en onderzoek niet kunnen vaststellen.”
Ik kan mij volledig vinden in het rapport van de neuroloog. Hij heeft vastgehouden aan zijn eerdere conclusies en is uitgebreid en voldoende gemotiveerd ingegaan op de vragen van de medisch adviseur van de belangenbehartiger.
Het rapport van [naam 4] wordt ondeugdelijk geacht door [naam 3] , en medisch adviseur [naam 5] heeft daarover nog opgemerkt dat de gang van zaken in dit dossier niet geweest is, zoals tussen de medisch adviseurs overeengekomen werd. Het neuropsychologische onderzoek is verricht zonder conceptfase en er zijn bovendien onvoldoende validiteitstests verricht. Het rapport van [naam 4] is dus onbruikbaar.”
Antwoord: Als u bedoelt of er voldoende prestatievaliditeitstaken zijn afgenomen, dan is het antwoord nee. Voor neuropsychologisch expertiseonderzoek geldt de regel dat er ten minste twee op zichzelf staande prestatievaliditeitstaken dienen te worden afgenomen tijdens een neuropsychologisch onderzoek, naast zoveel mogelijk ingebouwde prestatievaliditeitsindicatoren binnen bestaande tests. […] In het rapport van prof. [naam 4] van 8 mei 2019 kan ik enkel de afname van één ingebouwde prestatievaliditeitsindicator terugvinden […]. Omdat er geen vrijstaande prestatievaliditeitstaken werden afgenomen, wordt afgeweken van genoemde richtlijn. Daarmee is de prestatievaliditeitsbeoordeling niet volgens geldende maatstaven uitgevoerd.