Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 23 februari 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat zijn recht op rechtsbijstand en het fair trial-beginsel waren geschonden, omdat hij niet adequaat werd bijgestaan door zijn raadsman tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft gedaan om eiser rechtsbijstand te verlenen, ondanks dat de oorspronkelijk aangewezen advocaat niet aanwezig kon zijn. De rechtbank vond geen schending van het fair trial-beginsel. Daarnaast stelde eiser dat de uitzetting naar Tanzania in strijd zou zijn met het non-refoulementbeginsel, maar verweerder had dit aspect adequaat beoordeeld en geconcludeerd dat uitzetting niet in strijd is met dit beginsel.
Eiser had bovendien een opvolgende asielaanvraag ingediend die was afgewezen, en het beroep daartegen was ongegrond verklaard. De ambtshalve toetsing door de rechtbank leidde niet tot een oordeel dat de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.