ECLI:NL:RBDHA:2026:5580

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL25.31651
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht

Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel 'humanitair niet-tijdelijk' ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 14 juli 2025 is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 10 november 2025 ongegrond verklaard. Vervolgens verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelt dat voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening griffierecht betaald moet worden, in deze zaak €194,-. Verzoeker is bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Verzoeker heeft het griffierecht niet betaald en geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31651

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J. Singh),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 14 juli 2025 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een aanvraag voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘humanitair niet-tijdelijk’ afgewezen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 10 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht
betalen. [1] In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
2. Bij aangetekende brief van 18 juli 2025 is verzoeker in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. In de brief is ook vermeld dat als het griffierecht niet binnen deze termijn wordt betaald het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker het griffierecht niet heeft betaald. Verzoeker heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging van dit verzuim gebleken.
4. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Awb in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.